Bericht van René González aan het Cubaanse volk
Deze woorden zijn gericht aan mijn volk. Ik ben het aan hen verschuldigd sinds de dag dat ik de gevangenis verlaten heb, maar het was nog niet gebeurd omdat we eerst een veilige reis moesten regelen.
Het is moeilijk om zich te richten naar een volk waarvan men zoveel houdt en van wie met zich deel voelt door middel van een camera. Maar ik voelde de nood om met jullie te communiceren en jullie te zeggen hoe dankbaar wij zijn voor wat jullie voor ons hebben gedaan. Om jullie uit te leggen dat wij ons bijgestaan voelden door jullie duizenden berichten, brieven van kinderen of van groepen werknemers of studenten vanuit Cuba. Deze steun heeft ons nooit ontbroken en heeft ons door deze al veel te lange periode van onrechtvaardigheid geholpen.
Dit moment van geluk dat wij samen delen is voor mij enkel een korte onderbreking in een lang verhaal van misbruiken, waarin de eerste stap naar gerechtigheid nog niet gezet is. Dat ik vandaag uit de gevangenis ben betekent hoogstens dat we aan het einde gekomen zijn van een periode van misbruik die mij viseerde, maar er blijven nog altijd vier broeders die moeten gered worden. Wij willen hen bij ons, bij hun naasten, bij heel dit volk dat hen het beste van zichzelf wil geven. Ze horen niet in de lugubere plaatsen waar zij zich momenteel bevinden, waar ze iedere morgen opstaan en zich naar een kantine begeven waar zij niets behoorlijks te eten krijgen, waar ze tussen individuen leven waarmee ze niets te maken hebben. Wij moeten zonder aarzelen onze strijd voortzetten om ook hen daaruit te halen.
Voor mij is dit een nieuwe plaats vanwaar ik mijn strijd voor gerechtigheid zal voortzetten zodat “de Vijf” terug naar huis, bij jullie, kunnen keren.
Ik sta er op om de families van mijn vier broeders te groeten. Hun vreugde heeft mij ontroerd. Het raakt je als je over de telefoon met iemand spreekt van wie de zoon of echtgenoot nog altijd opgesloten zit, maar die jouw vrijheid als die van een van hun eigen familieleden beschouwt. Dit ontroert me, en zet mij aan om door te gaan in de strijd om de vier anderen te bevrijden. Ze behoren niet te zitten waar ze zitten.
Aan mijn volk, aan ieder die in de loop der jaren ons heeft bijgestaan uit alle hoeken van de wereld, aan de duizenden vrienden die ons hebben geholpen om beetje bij beetje de blokkade van de informatie te verbreken, om de muur van stilte, opgetrokken door de pers, te doen vallen, ik bedankt jullie in naam van “de Vijf”. Ik bied jullie mijn engagement aan en de wil om jullie te vertegenwoordigen zoals jullie het verdienen, want dat is uiteindelijk wat we met de Vijf hebben gedaan. We zijn meer dan vijf mannen, we zijn een heel volk dat zich gedurende vijftig jaar verzet heeft en dat blijft doen. Jullie zijn onze inspiratie omdat wij weten dat we jullie vertegenwoordigen. Nooit zullen we jullie daarin teleurstellen.
Ik omarm jullie allen.
Waar we ook zijn, wij, “de Vijf” willen jullie onze affectie uitdrukken.
bron: Granma Internacional
vert.: Jonas Van Landschoot
- Artikel Type:
