De zaak Alan Gross: Hoe kan 12 dozijn gelijk zijn aan 5? *
Iemand, misschien zelfs wel onze eigen hoofdrolspeler van dit artikel, beging een fout of misschien beter een “verstrooidheid” zoals de bureaucraten in Washington hun fouten omschrijven. Stel je je een 60-jarige Amerikaan voor die zich voordoet als toerist terwijl hij aan Cubanen laptops, gsm’s en (verboden) satelliettelefoons verdeelt. Gross had toch moeten weten dat dit de aandacht van de Cubaanse staatsveiligheid zou trekken?
Alan Gross,op werkbezoek voor zijn bedrijf (DAI), dat op zijn beurt werkt voor USAID (Amerikaans Agentschap voor Internationale Ontwikkeling), vroeg een toeristenvisum aan om naar Cuba te reizen met als doel “de democratie te bevorderen”, een verbloeming voor de ondermijning van regeringen die het hoofd bieden aan Washington’s dictaten.
Stel je je een 60-jarige Amerikaan voor die zich voordoet als toerist terwijl hij aan Cubanen laptops, gsm’s en (verboden) satelliettelefoons verdeelt. Gross had toch moeten weten dat dit de aandacht van de Cubaanse staatsveiligheid zou trekken? Of geloofde hij dat hij zomaar ogenschijnlijk onschuldig zou kunnen aanwaaien bij privépersonen met dure spullen zoals een kerstman die zijn nachtelijke cadeauronde verderzet. Gross zei met de hand op het hart dat zijn enige bedoeling erin bestond de Cubaanse joodse gemeenschap te helpen om hun communicatieheden te verbeteren. Zou zelfs de meest vrome jood geloven dat God enkel per satelliettelefoon met hem kan spreken?
In de veronderstelling dat de atheïstische Cubaanse regering hem de toegang zou weigeren om zijn taak te kunnen vervullen, loog hij klaarblijkelijk en schreef het woord “toerist”op zijn visumaanvraag. Een complete leugen was het niet.Tussen de overdracht van de satelliettelefoons en andere gadgets door, hoopte hij een bezoekje aan de Tropicana te brengen en een dagje aan het strand te vertoeven.
Gross wist dat Cuba geen satelliettelefoons toestaat. Een bord op de luchthaven waarschuwde hem hiervoor. Satelliettelefoons kunnen niet onderschept worden en kunnen gebruikt worden om codeberichten te versturen op verschillende frequenties.Gewoonlijk overstijgt hun signaal het lokaal telefoonsysteem. Bovendien kunnen deze telefoons ook de coördinaten doorzenden voor een luchtaanval.Op het internet prijst Motorola haar satelliettelefoons tegen koopjesprijzen aan tussen de 1795 en 5273 dollar, abonnementskost niet inbegrepen. Bovendien heeft het Cubaans Staatsbedrijf der Telefonie het monopolie en laat dus geen onderlinge concurrentie toe. Als Gross erop uit was om joden te laten communiceren met hun buitenlandse familie, waarom dan geen telefoonkaarten met waarde in omwisselbare Cubaanse munt verdelen of in Cuba gemaakte interzonale gsm’s met voorafbetaald beltegoed?
Hoe verwierf hij die handel? Zou de Cubaanse douane geen weet gehad hebben van deze hoogtechnologische telefoons in zijn koffers, als je weet dat alle bagage die het land binnenkomt de bagagecontrole (met röntgenstralen) passeert. Dit is echt onwaarschijnlijk. Gross is alles gaan ophalen bij de Diplomatieke Belangenafdeling van de VS.
In elk geval, Gross die werkt voor DAI, een bedrijf dat banden heeft met de Amerikaanse regering, erfvijand van Cuba, vervalste zijn immigratieformulier en schreef zich niet in als VS-agent. Met andere woorden, Cuba betrapte hem op heterdaad op immigratiefraude en het zich niet registreren. Dacht hij werkelijk dat ze hem niet gingen vatten? Waarschuwde de DAI of niemand anders van zijn bedrijf hem niet? Een buitenlander op weg naar Cuba om daar satelliettelefoons naar joden te brengen? Waarvan er in Cuba dan al niet zoveel zijn.
Met de overduidelijk bewezen feiten omtrent zijn leugen aan de Cubaanse douane en het verspreiden van verboden producten, zou men bij de recente verklaringen van Buitenlandminister Hillary Clinton nog gaan denken dat Cuba onterecht een 12 dozijn onschuldige Amerikaanse joden had gearresteerd die enkel en alleen leden van hun lijdend volk wilde helpen. Zij hebben, tussen haakjes, al veel hulp gekregen wat communicatie betreft van verschillende joodse verenigingen uit allerlei landen. Clinton riep de Amerikaanse joden op om Alan te steunen die “sinds 7 maanden in een Cubaanse gevangenis werd gezet zonder enige aanklacht omdat hij geen enkel misdrijf beging.” Hij verbleef in Cuba als humanitair ontwikkelingshelper, in feite was hij de kleine joodse gemeenschap van Havana aan het helpen die zich sterk van het wereldforum afgesloten voelt.
Bij een tafelgesprek ter ere van Hannah Rosenthal, de speciale gezant van de Obama-administratie voor de registrering van en de strijd tegen het antisemitisme, vernoemde Clinton de petitie-actie van de familie Gross, “Ik doe werkelijk een oproep aan de actieve joodse gemeenschap in ons land om zich bij deze zaak aan te sluiten”(Jerusalem Post van 15 juli jongstleden).
Waarschijnlijk ontbrak haar de tijd om in haar verklaringen een ander feit te vernoemen, namelijk dat Gross voor een bedrijf werkt dat gecontracteerd werd door een agentschap van haar eigen staatsdepartement: de USAID (uiteenzetting van 13 juli op een door de joodse gemeenschap georganiseerde receptie).
Eind februari ondervroeg ik 3 personen in de Grote Synagoge van Havana, geen enkele kende een Amerikaan Gross genaamd. Adela Dworin, vice-voorzitster van het Huis van de Hebreeuwse Gemeenschap in Cuba ontkende Gross te kennen en bevestigde dat internationaal erkende joodse organisaties hen legale verbindingen op het internet hadden verschaft, dit volgens CBS News.
Eerder verzorgde Alan Gross het communicatiesatellietsysteem in opdracht van de Amerikaanse regering om gecontroleerde kanalen in Irak en Afghanistan te omzeilen.
Zoals een vis die zich onderaan de broze keten der omverwerping van andere regeringen bevindt, zo werd Gross door de Cubaanse politie gesnapt. Ook al heeft Cuba hem nog niet formeel in beschuldiging gesteld, doch verklaarden Cubaanse functionarissen dat hij van spionage wordt verdacht.
Bij haar vraag tot Gross’ vrijlating, negeerde minister Clinton de zaak van de 5 Cubaanse agenten die in de VS tot lange straffen in federale gevangenissen werden veroordeeld. Zoals Gross registreerden ze zich evenmin als buitenlandse agenten (maximumstraf 18 maanden), maar met dien verschille dat ze in Miami aankwamen om het terrorisme te bestrijden, niet om de regering of het Amerikaans politiek bestel te ondermijnen.
De 5 Cubaanse agenten erkennen dat ze zich niet inschreven als buitenlandse agenten, hun enig misdrijf. Maar het Ministerie van Justitie beschuldigt hen zonder bewijs van samenzwering om spionage en andere zware delicten te begaan. Zoals verwacht verklaarden het geïntimideerde gerecht en rechters in Miami hen schuldig en sloten hen op in de gevangenis.
Gross reisde naar Cuba om de Cubaanse regering te ondergraven. Verschillende redenen, maar wordt het nu geen tijd voor een wissel: één gros voor vijf. Judy Gross, zijn echtgenote,zou de echtgenotes van de vijf Cubaanse gevangenen kunnen bijstaan en eisen: “Laat onze echtgenoten vrij”.
* Moeilijk vertaalbare woordspeling met de term “gros”(12 dozijn), het Engelse “gross” en de naam van het personage waarnaar in het artikel verwezen wordt.
Vert.: David Mens
- Artikel Type:
