Ecuador op weg naar ‘Buen Vivir’

In het begin van dit jaar vonden er twee belangrijke evenementen plaats in Ecuador: het officiële startschot van de campagne voor de presidentsverkiezingen van zaterdag 19 februari en de 10de verjaardag van de “Volksrevolutie”.

De verworvenheden van dit decennium zijn talrijk en het bilan van het leiderschap van Rafael Correa is internationaal erkend.  Na drie mandaten wil de oud professor economie terugkeren naar de lessen op de universiteit. Op 19 februari heeft het Ecuadoraanse volk een belangrijke afspraak met de stembus om het vertrouwen in dit project te vernieuwen, door te stemmen voor Lenin Moreno. Welke kansen heeft zijn belangrijkste opponent Guillermo Lasso? Vormt zijn kandidatuur een bedreiging voor de sociale verworvenheden?

Een decennium vooruitgang

Ecuador is een klein land met 15,7 miljoen inwoners. Zijn geschiedenis is getekend door een economisch model dat extreem gericht was op de uitvoer van grondstoffen zoals cacao, bananen en petroleum. Met de regering van de Burgerrevolutie werd onderwijs voorop gezet in de opbouw van een alternatief model. De transformatie van de economie naar het model van "Buen Vivir" (goed leven] ligt in het investeringsbeleid in infrastructuur: wegen, ziekenhuizen, de zgn. ‘scholen van het millennium’, ...

“Ecuador heeft beslist zijn ontwikkeling te baseren op de enige bron van onuitputtelijke rijkdom: het menselijke talent en de menselijke knowhow om een tegelijkertijd duurzame en soevereine ontwikkeling te bereiken”, zei Correa.

Nochtans blijft dit ontwikkelingsmodel, opgevat als een verandering op de lange termijn, de debatten beheersen en lokt het ook controverse uit. Kan een land uit het Zuiden dat rijk is aan grondstoffen zijn mensen trouwens uit de armoede halen zonder die in dienst van de ontwikkeling van de publieke sector te stellen?

In realiteit stelt het Ecuadoraanse model van “Buen Vivir” de dominante ‘pensé unique’ in vraag die zegt dat economische groei uit zichzelf een verbetering van levensomstandigheden genereert. Die visie biedt geen oplossing voor de gesel van sociale ongelijkheid in Latijns-Amerika. Andere invalshoeken laten een meer rechtvaardige en wetenschappelijke visie toe.

Op de Index van Menselijke Ontwikkeling (HDI) staat Ecuador hoog omdat het merendeel van de Milleniumdoelstellingen er behaald zijn en het land verdere stappen plant in de Agenda Post-2015 van de VN en zijn 17 nieuwe objectieven van duurzame ontwikkeling.

De Ecuadoraanse overheid heeft zo 1,3 miljoen mensen uit de armoede gehaald en heeft een succesvol groot moderniseringsprogramma voor infrastructuur die een nieuwe impuls geeft aan het land. De 8 waterkrachtcentrales garanderen de energiesoevereiniteit en zorgt voor het eerst zelfs voor uitvoer van elektriciteit naar buurlanden Colombia en Peru.

Ook op het vlak van de strijd tegen ongelijkheid wil de overheid het probleem aan de bron aan pakken op twee manieren: een miljonairstaks te betalen door 2% van de bevolking: mensen die een erfenis ontvangen van meer dan 35.000 $, en de strijd tegen de plaag van internationale belastingontwijking. Helaas moest de regering wijken en het wetsontwerp intrekken door de ideologische strijd van de rechterzijde die zich verzet tegen de herverdeling van de rijkdom.

In de stroom van onthullingen van de Panama Papers en ter gelegenheid van zijn “Verslag aan de Natie” in mei 2016, heeft Correa het initiatief genomen voor een “Ethisch Pact” dat wil voorkomen dat kandidaten die hun geld in fiscale paradijzen hebben geplaatst kunnen deelnemen aan het politieke spel. CREO, de liberale partij heeft dit pact geweigerd.

Logisch, omdat hun leider Guillermo Lasso toegaf geld voor investeringen in Panama te parkeren "omwille van belemmeringen voor vrije investeringen" in zijn land als gevolg van "Correisme". Hij wil dus liever belastingen betalen in Panama in plaats van in Ecuador….

Deze presidentiele verkiezing is zo beslissend voor de toekomst van het land en de regio dat het belangrijk is om de lessen uit recente geschiedenis te trekken. Tussen 1996 en 2006 heeft Ecuador een institutionele crisis doorgemaakt waar er 7 presidenten aantraden in een periode van 10 jaar. Wie is verantwoordelijk voor de ontmanteling van de Ecuadoriaanse Staat voor de burgerrevolutie?

Laat ons Guillermo Lasso eens van naderbij bekijken, hij is de belangrijkste oppositiekandidaat. Een kleine terugblik is nodig om het radicale geweld van het neoliberalisme te begrijpen.

Guillermo Lasso, de bankenkandidaat

Guilermo Lasso is geen nieuw gezicht die fris in de landelijke politiek aan komt waaien, maar een oude bekende. Verbonden aan het zakenmilieu van Guayaquil, regio die historisch onder controle stond van de lokale oligarchieën die rijk werden door de export van grondstoffen, had Lasso al verantwoordelijkheden in de Staat. Hij speelde een niet te negeren rol in de financiële crisis gekend als de “grootste diefstal in de geschiedenis van Ecuador” de zgn. ‘feestdag van de banken’ in 1999.

Op 8 maart 1999 nam de Regering de radicale beslissing om voor een jaar de bankrekeningen te bevriezen voor  Ecuadoranen met spaargelden hoger dan 500$. Het zwaarste gevolg van deze maatregel was de emigratie van meer dan 1 miljoen Ecuadorianen op zoek naar werk: vooral naar de VS, Italië en Spanje. Dat betekende 7% van de bevolking en 14% van de economisch actieve bevolking.

Deze enorme migratiegolf ging gepaard met een grote toename van de armoede, de sluiting van bedrijven, het failliet van banken, werkloosheid, zelfmoorden…. Toch nam de Staat de schulden van de privébanken over. De toenmalige president Jamil Mauhad, wiens campagne gefinancierd werd door de bankiers, deed nadien een beroep op hen om zijn eigen regering te vormen. Zo was de cirkel rond. Een regering van rijken voor de rijken. Hij creëerde een speciale post voor Lasso, een superminister toegevoegd aan het ministerie van Economie en dat van Energie.

Waarom Lasso na slechts één maand al ontslag nam als superminister? Het antwoord is ontstellend: omdat hij niet akkoord was met president Mauhad die een moratorium verdedigde op de terugbetaling op de buitenlandse schuld. Volgens hem moest de regering de buitenlandse banken onmiddellijk betalen!

Door het belangenconflict tussen de Banque de Guayaquil, de schuldeiser, waarvan Lasso de CEO was enerzijds, en de Ecuadoraanse Staat, die de situatie wilde milderen, koos Lasso ervoor drie jaar te verdwijnen van het politieke toneel.

Terwijl hij zich bezig hield met zijn eigen zaken bleven de Ecuadoranen niet met de armen gekruist wachten. Zij gingen op zoek naar werk in de vier windstreken, en in het binnenland gingen onophoudelijk manifestaties verder tegen de opeenvolgende regeringen en hun loze beloften. In 2003 accepteerde Lasso een betrekking als “reizend ambassadeur” hem aangeboden door de regering van Lucio Gutierrez, die zo de banden met de VS van George Bush wilde versterken.

Begin 2005 stak de volksopstand van de "forajidos" ( buiten-de-wet) een tandje bij tegenover de provocaties en autoritaire excessen van Gutierrez. Hij stuurde het leger erop af maar dat bleek, na vele jaren van frustraties, vastbesloten om zijn rechten af te dwingen. Op 20 april 2005 werd Gutierrez gedwongen om te vluchten per helikopter. Het Congres kondigde zijn afzetting aan wgs. “verlating van de post”.

(Na een overgangspresident nvdr.) leidde de beweging van de "forajidos" bij de presidentsverkiezingen van oktober 2006, tot massale steun voor de kandidatuur van Rafael Correa, een jonge economist. Die liet zich door zijn principiële standpunten opmerken en door zijn ongehoorzaamheid tegenover het IMF. Na zijn verkiezing met 56,67% lanceerde hij meteen een participatief proces dat in een Grondwetgevende Vergadering uitmondde. Het herwinnen van de soevereiniteit was de sleutel tot succes voor de Burgerrevolutie, want zij liet de Ecuadoranen eindelijk toe om deel te nemen aan de heropbouw van hun land. Na 10 jaar aan de macht is Correa hen die hem voorafgingen niet vergeten: “Hoewel hij wellicht pretendeert de zon te kunnen verduisteren met zijn vinger heeft mijnheer Guillermo Lasso een politieke verantwoordelijkheid in de “feriado bancario”.

Vandaag stelt Lasso, wanneer de camera’s weg zijn, aan de ene kant een belastingverlaging voor, die zeker een vermindering van het openbaar bezit betekent, en aan de andere kant een miljoen nieuwe jobs in de 4 jaar legislatuur … Experten zijn zeer sceptisch over die maatregel, vooral omdat er 410.000 werklozen zijn, dat wil zeggen iets meer dan 5% van de economisch actieve bevolking. Ondanks de sterke impact van de internationale economische crisis en de kelderende petroleumprijzen sinds 2014, blijft de werkloosheid in Ecuador licht lager dan het gemiddelde van 8% in de regio.

De regering klaagt vooral de manipulaties van de werkloosheidscijfers door de oppositie aan: door het verwarren van de verschillende categorieën van de economisch actieve bevolking, in een regio waar de informele economie zeer sterk aanwezig blijft: 43%. Het Nationaal Instituut voor de Statistiek onderscheidt ook werknemers in armoede, terwijl de oppositie iedereen op één hoop gooit: de werklozen en de “onder-tewerkgestelden” om de realiteit te vervormen en de cijfers te manipuleren.

De desinformatie van de oppositie en de privé media tegen president Correa en het mist spuiten over de voorstellen van de kandidaat Lenin Moreno, kunnen het geheugenverlies over de recente verantwoordelijkheden van Lasso in de hand werken.

Maar zullen de Ecuadoranen snel de economische ramp in het land vergeten die een miljoen van hun landgenoten deed emigreren begin de jaren 2000? Op een sarcastische toon hebben internauten het voorstel van Lasso over het miljoen jobs voor de Ecuadoranen belachelijk gemaakt door te suggereren dat hij de jobs in het buitenland meetelt.

De herverkiezing van Correa in 2013 bewees al dat het volk zijn project genegen is. Hij won 56,93% van de stemmen in de eerste ronde. Volgens de laatste gepubliceerde peilingen ligt Lenin Moreno op kop in de stemintenties in de eerste ronde met 34,3% van de stemmen tegenover Guillermo Lasso met 22,9%...

Lenín Moreno : een geëngageerd kandidaat

Als Vicepresident van Ecuador van 2007 tot 2013 is Lenín Moreno erin geslaagd om m.b.t. de integratie van mensen met een beperking een pioniersrol op wereldniveau te spelen. Hijzelf werd ooit slachtoffer van een aanval waardoor hij sinds 1998 een rolstoelgebruiker is. Het is dus natuurlijk dat Moreno zich volledig wil inzetten in het project van Correa en dat blijkt uit de 88 pagina’s van zijn beleidsplan. Het sociale luik neemt er een centrale plaats in en Moreno rekent erop de openbare diensten te versterken o.a. dankzij het plan Ternura (tederheid): een openbaar systeem van bijstand aan zwangere vrouwen en zuigelingen.

De verdere herverdeling van de rijkdommen wordt eveneens een uitdaging voor Moreno. Daarvoor voorziet hij een verhoging van de laatste inkomens via  ‘ontwikkelingsbonussen’ van 50$ tot 150$. Tegenover een zeer ernstige gesel die de Latijns-Amerikaanse landen teistert en die voortkomt uit een patriarchale cultuur, meer concreet het ontstellend aantal misdaden tegen de vrouwen, belooft Moreno het oprichten van een nationale dienst.

Het plan “Horizon 2025” wil 250.000 jobs creëren en het BIP met 10 punten verbeteren. Het accent zal daarbij liggen op de mijnsector en op de relance van grote projecten in het Zuiden. Dat kan volgens Moreno 8.000 bijkomende banen opleveren en ook 4 miljard dollar opbrengen. Voorkeurstarieven voor ondernemers en administratieve initiatieven in sleutelsectoren van de economie maken eveneens deel uit van de vooruitstrevende maatregelen. De relance van de buitenlandse handel is ook een cruciaal punt. Moreno stelt ook de creatie van een openbare handelsbank voor.

In Ecuador blijft petroleum de belangrijkste inkomensbron. De val van de prijzen met ongeveer 50% sinds 2013 heeft het land in een recessie gebracht in 2016 en de vooruitzichten voor 2017 zijn verglijkbaar. Het is daarom dat de kandidaat van de ‘Allianza País’ (Patria Altiva y Soberana = Fier en Soeverein Vaderland) voorziet om na de modernisering van de infrastructuur die door de aftredend president werd gestart, de industrialisering van de petroleum aan te pakken, om meer geraffineerde olieproducten in het land zelf te kunnen maken.

De continuïteit van de “ Burgerrevolutie” is de inzet. Zij heeft de verdienste het van het land grondig te hebben veranderen, en de hoop in de toekomst te versterken. Daartegenover zeult de oppositie een loodzware ballast mee en heeft ze geen echt maatschappijproject.

Hoe meer de datum van de verkiezingen nadert doet zij meer beroep op verachtelijke maneuvers die enkel hun particuliere belangen dienen.

Laat ons alert blijven want zij kunnen de moeizaam verworven collectieve resultaten schaden…

Bron: Journal de Notre Amérique °22, février 2017

Investigaction

vert. : Rudy Sohier