Fidel Castro richt zich tot het Cubaanse parlement
Op zaterdag 7 augustus richtte Fidel zich tot het Cubaanse parlement met een boodschap rond de internationale situatie. Hij wees erop dat de situatie in de wereld gespannen en gevaarlijk is en richtte een oproep tot president Obama om zich niet in een oorlog tegen Iran te storten.
“Aanvankelijk, amper acht weken geleden, dacht ik dat het dreigend oorlogsgevaar onomkeerbaar was. Het panorama dat ik onder ogen zag was zo dramatisch dat ik geen andere uitweg zag dan een overleving, vermoedelijk, in dit continent hier, dat geen enkele reden had om direct aangevallen te worden, en in enkele andere geïsoleerde plekken op de wereld.
Ik vond het zeer moeilijk, gezien een mens zich steeds vastklampt aan een toekomstperspectief, hoe onwaarschijnlijk dit ook lijkt.
Toch probeerde ik het.
Gelukkig duurde het niet lang eer ik zag dat we terecht hoop konden hebben, sterke hoop. Hoewel het er zeer slecht uitzag in het geval men de kans zou laten voorbij gaan. Dan zou de mensheid geen schijn van kans op redding meer hebben.
Toch heb ik de zekerheid dat dit niet zal gebeuren. Integendeel, op dit moment worden de voorwaarden gecreëerd voor een situatie waarvan we kort geleden nog niet konden dromen.
Een man zal de beslissing in eenzaamheid moeten nemen: de president van de VS. Gezien hij heel erg bezet is heeft hij er zich heel zeker nog geen rekenschap van gegeven, maar zijn raadgevers beginnen het te begrijpen. Dat kan je zien aan eenvoudige stappen zoals het beëindigen van de marteling van Gerardo, een toestand die in die 12 jaar van onverzoenlijke haat van het systeem tegen hem en tegen Cuba nog niet voorgekomen was. Vandaag kunnen we voorspellen dat een volgende stap de toestemming zal zijn aan Adriana om hem te bezoeken, of zijn onmiddellijke invrijheidsstelling, of alle twee samen. Van haar hoorde ik dat zijn moreel vandaag het beste is sinds deze 12 jaar onrechtvaardige en wrede opsluiting.
Gezien Iran geen duimbreed zal toegeven aan de eisen van de VS en Israel, die reeds verschillende oorlogsmiddelen waarover ze beschikken in gereedheid brachten, zullen ze de aanval moeten inzetten van als de precies omschreven deadline, overeengekomen in de Veiligheidsraad op 9 juni, verstrijkt.
Bij alles wat een mens beoogt, is er een limiet die niet overschreden kan worden.
In deze kritieke zaak is het president Obama die het bevel tot de luidkeels aangekondigde aanval zal moeten geven, op basis van de richtlijnen van dit enorme imperium.
Bovendien zou hij, tegelijkertijd met dat bevel, dat het enige is dat hij kan geven, de onmiddellijke dood bevelen van tientallen miljoenen mensen, waaronder heel wat in zijn eigen vaderland, en van alle bemanningen van de schepen van de VS-vloot in de zeeën rond Iran. Dat is onvermijdelijk, gezien de kracht, de snelheid en het ontelbare aantal nucleaire projectielen dat opgestapeld is in een absurde wedloop tussen de mogendheden. Tegelijkertijd zou de oorlog uitbreken in het Nabije en Verre oosten en in heel Eurazië.
Het toeval wilt dat precies op dit moment de president van de VS een afstammeling is van Afrikanen en blanken, van mohammedanen en christenen. HIJ ZAL HET BEVEL NIET GEVEN als we erin slagen hem ervan bewust te maken. Dat is wat we hier aan het doen zijn.
De leiders van de machtigste landen ter wereld, medestanders zowel als tegenstanders, zullen hem, met uitzondering van Israel, aansporen om het niet te doen.
De wereld zal hem daarna de eer bewijzen die hij verdient.
De actuele gevestigde orde op deze planeet zal niet kunnen blijven duren en zal onvermijdelijk onmiddellijk instorten.
De zogenaamde deviezen zullen hun waarde verliezen als instrument van een systeem dat een bijdrage aan rijkdommen, zweet en opofferingen zonder grenzen afgedwongen heeft van de volkeren.
Nieuwe vormen van verdeling van goederen en diensten, onderwijs en leiding van de sociale processen zullen vredevol ontstaan. Als echter de oorlog uitbreekt dan zal de heersende sociale orde abrupt verdwijnen en zal de prijs daarvan oneindig veel groter zijn.
De bevolking van de planeet kan geregeld worden, de niet hernieuwbare hulpbronnen kunnen beschermd worden, de klimaatverandering kan vermeden worden, nuttig werk kan voor de mensen verzekerd worden, de zieken kunnen verzorgd worden en de essentiële kennis, de cultuur en de wetenschap ten dienste van de mens, kan verzekerd worden. De kinderen, adolescenten en jongeren van de wereld zullen niet sterven in een nucleaire holocaust.
Dat is wat ik jullie, geliefde kameraden van de Nationale Vergadering, wil meegeven. Ik ben bereid om rekenschap te geven over deze woorden, jullie vragen te beantwoorden en te luisteren naar jullie mening.
Welbedankt." (applaus)
Eerste buitengewone zitting van de Zevende Legislatuur van de Nationale Vergadering van de Volksmacht van de Republiek Cuba, Havana, Congrespaleis, 7 augustus 2010, « 52e jaar van de Revolutie »
vert.: Katrien Demuynck
- Artikel Type:
