Het voorbeeld dat ons de weg wijst

Vandaag 9 oktober is het 47 jaar geleden dat Che werd vermoord. Voor ICS altijd een bijzondere dag. 18 opeenvolgende jaren organiseerde onze solidariteitsbeweging op de zaterdag dichtst bij 9 oktober, het evenement ‘Che Presente’, een krachtige titel die vertolkt hoe sterk hij nog steeds aanwezig is in de sociale strijd overal ter wereld. 

Sinds 4 jaar valt ChePresente enkele weken vroeger, we vieren het samen met Manifiesta, het derde weekend van september, maar hij is er niet minder aanwezig!

Over Che werd al veel geschreven (zie ook onze webshop), maar het prachtige stuk in Granma van gisteren willen we vandaag graag met jullie delen omdat het zo mooi onze liefde voor Che verduidelijkt.


47 jaar na zijn dood herinneren we ons nog steeds Ernesto Che Guevara. Zijn internationaal werk is een toonbeeld van moed, standvastigheid en echt revolutionair bewustzijn.

“ Alles wat je creëerde was perfect en uniek, je maakte ook jezelf door te tonen hoe de nieuwe mens mogelijk is, je maakte hem waar, door je bestaan, jij bent het…”
Haydée Santamaría (Guerillera van het eerste uur)

De jonge geneeskundestudent van slecht 23, reisde op een motorfiets door het continent. Hij zag hoe de wereld té onrechtvaardig was en besliste er tegenaan te gaan. Een rugzak op de schouder en het gezelschap van een vriend volstonden om de honger, de armoede en de miserie te leren kennen, een beslissing waarmee hij zelf begon ‘een nieuwe mens’ te zijn.

Het was geen vrijblijvende tocht. Hij was voordien al op weg gegaan met de klassieke filosofen en de intellectuelen van zijn tijd waarmee hij zijn ‘Historische Schriften’ samenstelde. Toen hij terug thuis kwam na zijn eerste reis schreef hij:” Het personage dat dit neerpent stierf toen hij terug op Argentijnse bodem stond, diegene die ze ordent en bijschaaft, ‘ik’ ben niet langer ‘ik’, ten minste niet meer dezelfde binnenin”.

Van toen af gebeurde alles wat we weten: zijn werk als fotograaf in Mexico waar hij Fidel ontmoette en hun eerste discussie over internationale politiek hielden: “Na enkel uren die nacht, die morgen, werd ik een van de toekomstige expeditieleden”; de gevangenis, de landing op Cuba met het jacht Granma, zijn vuurdoop in Alegría de Pío: “Ik had voor mij een rugzak vol medicijnen en een kist munitie, teveel om alle twee te dragen. Ik nam de munitiekist”; de eerste overwinning van het rebellenleger el Uvero, Bueycito, El Hombrito, Pino del Agua, Mar Verde…, zijn tactisch plan in Villa Clara in de laatste dagen van december 1958, de Revolutie.

Maar de opwinding schrijver, journalist, strateeg, militair, minister van industrie, illustere zoon van Cuba, … te zijn was niet genoeg. Hij vertrok naar andere landen, waar men zijn ‘bescheiden’ bijdrage vroeg. Hij liet het eiland achter met het bittere gevoel van het droefste adieu, dat van hen die afscheid moeten nemen van een zeer geliefd iemand, in de vage hoop dat hij zal terugkeren.

“Weet dat ik het doe met een mengeling van vreugde en pijn, ik laat hier het puurste van mijn hoop en verlangen achter, en het meest geliefde onder mijn geliefden…” , zei hij zonder te weten dat dit land voor altijd één van zijn beste mensen zou verliezen.

Van internationalisme was hij volledig bezeten en het bracht hem midden het oerwoud van Congo en later in Bolivië, om zich helemaal te geven voor de strijd voor America. Hij liet zo het zaad achter van de inzet van vele mannen en vrouwen die jaren later door de wereld reizen om tegen het kwaad te vechten en die net als hem door hun onverzettelijk zwoegen, verder leven.

De 8° oktober eindigde zijn reis. Daar in Quebrada del Yuro namen ze hem gevangen. Ze dachten vergeefs samen met zijn lijk zijn ideeën te kunnen begraven. De 9° werd hij op bevel van de CIA en het Boliviaanse leger vermoord.
Hoewel hij zich bewust was dat “je in een revolutie overwint of sterft, het is zo”, begon hij toen een nieuw leven, een leven dat mensen in hun hart meedragen, het kent geen einde, kan niet vermoord worden. Het wordt overgeleverd van lichaam tot lichaam, elk van zijn ideeën.

Ik las dat zijn beul een brief schreef waarin stond: “De man die echt stierf in La Higuera was niet Che, maar ik, een simpele sergeant van het Boliviaanse leger wiens enige ‘verdienste’ –als je dat zo kan noemen- is te hebben geschoten op de onsterfelijkheid”

Che liet aan zijn volk, en dat zijn alle volkeren ter wereld, zijn oneindige liefde voor de duur bevochten vrijheid na en de liefde voor de onafhankelijkheid, zijn reizen, zijn filosofische en economische analyses, zijn ontelbare familieanekdotes, zijn oneindige adoratie voor zijn kinderen, zijn spontaneïteit en zijn geestdrift.

Hij liet ons ook zijn “op het gevaar af belachelijk te lijken: een echte revolutionair wordt gedreven door grote gevoelens van liefde” na, maar dat weten de moordenaars niet. De moordenaars weten niets af van liefde en revolutie, ze verstaan alleen de ‘kunst’ het menselijk ras te haten, het uit te roeien.

En daar in La Higuera, 2160m boven de zeespiegel, op een monument dat voor hem werd opgericht, waar dagelijks honderden mensen passeren, staat het opschrift:
“ Jouw voorbeeld is het licht van een nieuwe dageraad”

Granma