Minister Leterme beantwoordt parlementaire vraag van Mevr. Katrien Partyka i.v.m. de Cuban Five
Op 27 oktober 2009 beantwoordde Yves Leterme als Minister van Buitenlandse Zaken een vraag van Federaal Volksvertegenwoordigster Katrien Partyka (CD&V) i.v.m. de Cuban Five, naar aanleiding van het bezoek van Olga Salanueva en Adriana Pérez, echtgenotes van twee van de Vijf, aan België.
Uittreksel integraal verslag Commissie voor de buitenlandse betrekkingen – 27 oktober 2009:
10 Vraag van mevrouw Katrien Partyka aan de minister van Buitenlandse Zaken over "het bezoekrecht door familieleden van de 'Cuban five' in de Verenigde Staten" (nr. 15974)
10.01 Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u kent ongetwijfeld de problematiek van de vijf Cubaanse onderdanen die veroordeeld zijn voor intentie tot spionage. Zij werden over de hele lijn schuldig verklaard. Zonder op de feiten in te gaan, stel ik vast dat mensenrechtenorganisaties die rechtszaak bestempelen als oneerlijk en de straffen als disproportioneel. Ook de werkgroep Willekeurige Detenties zegt dat het een hechtenis van willekeurige aard betreft.
Het Hooggerechtshof heeft op 15 juni 2009 definitief bevestigd dat er geen herziening van het proces moet komen. Voor drie van hen zijn er echter nog zaken hangende. Eén heeft strafvermindering gekregen, mede onder internationale druk, zoals blijkt uit de rechtzaak.
Welke houding zult u aannemen tegenover deze zaak?
Kunt u initiatieven nemen?
Kunt u de weigering van bezoekrecht door familieleden opnieuw ter sprake brengen bij de Verenigde Staten?
10.02 Minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Partyka, u houdt zich intens met deze zaak bezig en u weet dat met het arrest van het Amerikaans Hooggerechtshof alle rechtsmiddelen zijn uitgeput voor de zogenaamde Cuban Five. Niettemin zullen drie van de vijf betrokkenen nog opnieuw verschijnen, of zijn zij al verschenen voor een plaatselijke rechtbank, een zogenaamde District Court, in verband met de eventuele herziening van de duur van hun gevangenisstraf.
De zaak van de Cuban Five is reeds bij eerdere contacten met de VS-administratie ter sprake gebracht. Ik verwijs daarvoor naar het antwoord op een vroegere schriftelijke vraag aan collega De Gucht. Ik weet niet of zij van u kwam. Ook bij volgende gelegenheden zullen wij de problemen van de vijf Cubanen aankaarten. Vorige donderdag heb ik een gesprek gehad met de ambassadeur van de Verenigde Staten. Ik heb hem gevraagd naar de laatste stand van zaken. De ambassadeur van de Verenigde Staten was niet op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in het dossier. Hij heeft mij beloofd informatie te bezorgen. Zodra ik over die informatie beschik, zal ik ze u laten geworden.
Ik moet u wel meedelen dat, voor zover de informatie waarover ik beschik klopt, van Amerikaanse zijde blijkbaar de mogelijkheid wordt onderzocht om uit humanitaire overwegingen een visum te verlenen aan mevrouw Olga Salanueva, een van de vijf echtgenotes van de vijf gevangenen, om haar toe te laten haar man te bezoeken. Een beslissing ter zake zou echter nog niet zijn genomen. Voor een andere echtgenote, mevrouw Adriana Perez, wordt ons gezegd dat het vrijwel uitgesloten is dat haar ooit een visum zou worden verstrekt en dit omwille van veiligheidsredenen.
Het lijkt mij ook belangrijk en nuttig te preciseren dat sinds het begin van de zaak honderden visa zijn verstrekt aan andere familieleden van de vijf gevangenen, met inbegrip van personen verwant aan de twee gedetineerden waarvan de echtgenotes hierboven zijn vermeld.
Ik denk dat ik daarmee op uw vragen heb geantwoord. Op uw aangeven heb ik recent ook mevrouw Demuynck gesproken. Zij volgt in België deze zaak op.
Bron: http://www.dekamer.be/doc/CCRI/html/52/ic681x.html
- Artikel Type:
