Myanmar en zijn Cubaanse vrienden

Op de jaarlijkse Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie (Engelse afkorting ILO) proberen werknemers, werkgevers en regeringen mondiale regels rond arbeid en sociale bescherming af te spreken. Van 1 tot 17 juni vindt in Genève de 100e jaarlijkse zitting plaats. Cuba is stichtend lid van de ILO,  en werd herverkozen om in de raad van bestuur te zetelen.

 
Herman Fonck, hoofd van de dienst Ondernemingen van de christelijke vakbond ACV, becommentarieert in MO, toonaangevend magazine en website over de Belgische ontwikkelingssamenwerking, de zitting van de ILO-normencommissie van 8 juni 2011. De commissie van de normen is de tripartite commissie die lidstaten op het matje kan roepen als ze door hen geratificeerde conventies hebben overtreden. En Cuba liet zich daarbij niet van zijn sympathiekste kant zien, zo schrijft Fonck, onder de suggestieve titel « Burmah en Cuba(h) : Myanmar en zijn Cubaanse vrienden ». In de commissie ligt Myanmar onder vuur en wordt bijgesprongen door Cuba, zegt Fonck: « Ook de vertegenwoordiger van de Cubaanse regering vraagt het woord. En pleit tot mijn stomme en wat naïeve verbazing voor meer begrip voor Myanmar.  De ILO Commissie hoort volgens hem in te zien dat Myanmar een land in transformatie is en op weg naar meer democratie. En de Cubaanse regering ziet ook heel wat verbetering  in Myanmar.  Tja. Navraag bij mijn collega’s leert dat Cuba wel meer de verdediging van de vijanden van zijn vijanden opneemt.” »
 
Het is jammer dat mensen die begaan zijn met het lot van de werknemers zich laten verleiden tot goedkope kritiek op Cuba. Fonck duwt Cuba in het verdomhoekje, samen met landen als Wit-Rusland en Iran. Nochtans is de stellingname van Cuba over Myanmar helemaal niet zo abnormaal. Cuba zegt nergens dat de situatie in Myanmar okee is, enkel dat de zaken er op vooruit gaan en dat je moet rekening houden met het ontwikkelingsniveau van dat land. Daarmee zit Cuba bijvoorbeeld helemaal op de lijn van The Economist. In een een artikel van 31 maart 2011 stellen ze vast dat er nog een lange weg te gaan is op dat vlak, maar dat er wel degelijk een positieve evolutie waar te nemen is:
 
De deelnemers aan het parlementaire proces zeggen dat er, ondanks de voor de hand liggende beperkingen, de “ruimte” (hun geliefkoosde woord) om oppositie te voeren is toegenomen, en dat de regering soms zelfs ook luistert. Een lid van de Democratische Partij van de Shanbevolking, de grootste etnische groep, stelt dat, ondanks de opgesmukte verkiezingen van 2010, zijn volk nu “tijd en ruimte heeft om zich voor te bereiden” en dat de volgende verkiezing (in 2015) anders zal verlopen. Hij voorspelt dat de oppositie, die nu maar 16% van de zetels heeft, in 2015 51% zal halen”.
 
Je kan The Economist van veel beschuldigen, maar niet dat ze democratie niet belangrijk vindt. Alleen houdt dat gerenommeerd tijdschrift er blijkbaar een zakelijker en genuanceerder standpunt op na.
 
Fonck lijkt de feiten wat uit het oog te verliezen, bv. de inspanningen van Cuba om zijn arbeidsinspecties of de toepassing van het verdrag over veiligheid en gezondheid op het werk te verbeteren. Fonck verwijst o.a. naar de ITUC-survey op de website van het Internationaal Vakverbond (dat Cuba nog altijd van lidmaatschap uitsluit) die o.a. over de toestand op het vlak van de vakbondsvrijheden bericht. Je vindt er per land een lijstje van ontslagen, opgepakte of vermoorde vakbondslui. Het gaat hier alleen om aangegeven en gedocumenteerde gevallen. Een willekeurige greep uit het verslag 2011:
 

(Verslag 2011)
 
Cuba
USA
Myanmar
Filipijnen
Colombia
Frankrijk
België
Ontslagen
0
0
0
241
-
3
 
Gevangen
0
0
0
-
-
-
 
Opgepakt
0
0
0
-
-
-
250*
Verwond
0
0
0
133
11
3
 
Moordpoging/
bedreiging
0
0
0
1
20
 
 
Vermoord
0
0
0
3
49
 
 

 
* Arrestaties op de recente Europese betoging in Brussel van 29 september 2010.
 
De website vertelt helaas niet op welke basis die cijfers verzameld zijn. Maar toch, ter vergelijking: In 2010 werden er in Azië 11 vakbondslui vermoord, en 75 in Amerika. Niet één van die moorden daar gebeurde in Cuba.
 
Omdat de Cubaanse vakbond nu eenmaal als eenheidsvakbond optreedt en de sociaal-economische doelstellingen van de regering deelt - in tegenstelling tot andere landen, zoals het onze, waar vakbonden meestal tégen de regeringen ageren – kan ze volgens sommigen niet als échte, onafhankelijke of vrije vakbond optreden. De Cubaanse werknemers zelf denken daar in ieder geval anders over. Het is jammer dat mensen die begaan zijn met het lot van de werknemers zich laten verleiden tot goedkope kritiek op Cuba.
 
Tijdens de Conferentie herhaalde Fermín Mesa, de Cubaanse afgevaardigde voor de ILO-conferentie, overigens zijn oproep voor een nieuwe economische orde, gebaseerd op rechtvaardigheid en eerlijkheid, waarin alle actoren hun zeg hebben. Waarmee Cuba zich de vriend toont van alle progressieve vakbondslui ter wereld.