Nog een bezoek aan Gerardo in de gevangenis
Bij ons derde bezoek is de neofascistische architectuur van de Federale gevangenis in Victorville, California (gebouwd in 2006 onder Bush) al een vertrouwd beeld geworden. De Noord-Amerikaanse prikkeldraadindustrie moet nogal gelobbyd hebben om de bouwheren ertoe te overhalen het geld vrij te maken voor de verscheidene velden voor Amerikaans voetbal aan prikkeldraad, die je vanaf de metalen afsluiting ziet liggen; dat ziet er niet erg vriendelijk uit.
Wat ontbreekt er bij deze monsterlijk betonnen constructie en de zich mijlenver uitstrekkende rollen draad aan beide kanten van de buitenmuur in de Mojavewoestijn? Een bordje met de woorden: “Bestaat alleen in de VS”. In welk ander land zou men zo’n 'monument' optrekken met het doel om mensen te 'rehabiliteren'?
Gerardo veert recht uit zijn plastieken stoel en omhelst ons. Hij bruist van energie, glimlacht en is in goede conditie. Hij vertelt ons dat hij vijfentwintig minuten moest wachten aan de deur van het cellenblok vóór een attente bewaker hem toeliet naar de wachtzaal te gaan, terwijl andere bewakers hem passeerden en zijn vraag om zijn bezoekers te zien negeerden. Een typisch voorvalletje in de dagelijkse sleur van een politieke gevangene in een zwaarbewaakte federale strafinstelling.
De beschuldigingen van de Miami Herald zijn “belachelijk”
We vroegen hem wat hij vond van het artikel van Jay Weaver in The Miami Herald van 26 december 2010. De titel luidde: “Leider van Cubaanse spionnen verzekert: ‘Brothers to the Rescue’1 neergehaald buiten Cubaans luchtruim’. Het artikel suggereerde dat Gerardo het niet eens was met de Cubaanse versie dat hun MIG’s op 24 februari 1996 twee vliegtuigen van Brothers to the Rescue hadden neergehaald in het Cubaanse luchtruim. “Dat is belachelijk”, zegt Gerardo. Gerardo gaat in beroep tegen zijn veroordeling omdat hij de bekwaamheid van zijn pro deo advocaat om hem adequaat te verdedigen in vraag stelt, maar hij heeft nooit beweerd of te verstaan gegeven dat hij van mening zou verschillen met de Cubaanse regering. Hij gaat in beroep omdat zijn zijn advocaat en de openbare aanklager tijdens zijn proces fouten hebben gemaakt, waardoor hem een billijk proces werd ontzegd.
Ook de Amerikaanse regering hield op onrechtmatige manier bewijzen (telegrammen) achter die nochtans aantoonden dat Gerardo niet over informatie beschikte omtrent de intentie van Cuba om de vliegtuigen van de Brothers neer te halen. De openbare aanklager heeft nooit kunnen bewijzen dat Cuba de intentie had de vliegtuigen neer te halen in het internationale luchtruim en nog minder dat Gerardo van zoiets op de hoogte zou zijn geweest. Maar heel het klimaat waarin het proces zich afspeelde was door de media verziekt. Het hoger beroep van Gerardo toont aan dat door de VS betaalde ‘journalisten’ tijdens het proces nieuws publiceerden in tijdschriften en TV-uitzendingen dat de beschuldigden – en Cuba – in een ongunstig daglicht stelden. De vijf Cubaanse geheimagenten werden berecht en veroordeeld in een door de openbare aanklager verziekt klimaat.
“Het is een farce”, zegt Gerardo glimlachend, verwijzend naar het artikel van de Miami Herald en zijn veroordeling. “Ik ben er zeker van dat elke Cubaan weet dat ik geen enkel meningsverschil heb met mijn regering over het neerhalen van de vliegtuigen. En ik was helemaal niet op de hoogte van de vluchten van die dag, dus kon ik ook niet weten dat ze zouden neergehaald worden. Ik denk dat het gebeurde in het Cubaanse luchtruim en volgens het internationale recht was het neerhalen van die vliegtuigen dan ook geen misdaad.”
Noch de Miami Herald noch de jury van het proces hoorden of zagen enig bewijs dat Gerardo op voorhand op de hoogte was van het zogezegde Cubaanse plan om de vliegtuigen van de Brothers neer te halen. In het begin van de jaren negentig verzekerden de Brothers dat ze de op drift geraakte Cubaanse ‘balseros’ in de straat van Florida wilden helpen en redden. Maar nadat de VS en Cuba een migratieovereenkomst hadden gesloten die bepaalde dat de Cubanen naar het eiland moesten terugkeren, wijzigden de Brothers hun missie: ze begonnen over Havana te vliegen om pamfletten uit te strooien.
Op 24 februari 1996, na herhaalde waarschuwingen om niet langer over het eiland te vliegen, kondigde Basulto, de voorzitter van Brothers to the Rescue, zijn volgende vlucht aan. Ook het Federale Vliegagentschap (FAA) verstrekte Cuba de details van de vlucht. De piloten en copiloten van de twee vliegtuigjes kwamen om het leven. Basulto ontkwam veilig naar Miami. Ook al zou Gerardo zijn regering op de hoogte gesteld hebben van de nakende vluchten – wat hij niet deed – hoe kon een geheimagent sowieso weten dat zijn regering van plan zou zijn die vliegtuigen neer te halen, ook al had Cuba het recht dat te doen als de vliegtuigen haar luchtruim schonden?
De jury van Miami achtte Gerardo schuldig aan samenzwering tot moord als medeplichtige aan een plan om in het internationale luchtruim twee burgervliegtuigen neer te halen- hoewel dat nooit bewezen werd. De rechter veroordeelde hem tot tweemaal levenslang. Wij suggereerden dat de journalist die, zonder Gerardo ook maar te interviewen, had gezegd dat hij er een andere mening op nahield dan zijn regering, in aanmerking kon komen voor de Mussoliniprijs voor journalistiek. Gerardo was het er volmondig mee eens. “Ja, Mussolini was journalist voor hij in de politiek ging.”
Ze hadden moeten schrijven dat Gerardo geen billijk proces had gekregen. Cubaanse geheimagenten berechten in Miami … is zoiets als joden berechten in Berlijn in 1938.
Gerardo, optimistisch en mededeelzaam, zei dat hij opgegroeid was vlakbij Mantilla, een wijk van Havana, waar de Cubaanse romanschrijver Leonardo Padura (auteur van de politieromans van El Conde) woonde. Hij kende de mogelijkheden en de stevigheid van de vriendschap onder het socialisme, waar de mensen eerlijk en vanuit het hart spreken en niet met elkaar hoeven te wedijveren voor geld zoals de personages in de roman El vuelo del gato (de vlucht van de kat) van Abel Prieto. “Bitterheid is slecht voor de geest”, zei hij. “Tres tristes tigres van Guillermo Cabrera Infante is briljant en vlijmscherp, in vergelijking met zijn heftige tirades tegen de revolutie, waaruit je niets leert”.
De gevangenisfotograaf – zelf een gevangene – neemt een paar foto’s. Daarna eten we wat rommel uit een automaat – er is niets anders – en praten we over de hervormingen in Cuba. “Ik denk dat de toespraak van Raúl (president Raúl Castro, toespraak van 18 december 2010) noodzakelijk was. We moeten veranderen om te overleven. We moeten productief en efficiënt worden.”
“Het bezoek is ten einde”, kondigt een bewaker aan. Gerardo gaat samen met de andere gevangenen tegen de muur staan. Wij troepen met de andere bezoekers samen aan de deur. Hij steekt een vuist omhoog. “Blijven geloven”. Hij glimlacht vol vertrouwen.
“Hij heeft veel van Mandela”, zegt Danny. Saul beaamt dat.
Saul Landau is geleerde, doctor honoris causa van de Universiteit Cal Poly Ponoma in Californië. Danny Glover is activist en acteur.
Bron: Progreso Semanal
vert.: Marina Mommerency
- Artikel Type:
