Op bezoek bij Gerardo Hernández: Optimisme en levenslust achter tralies

Nadat ze er in juli 2004 al eens op visite gingen, brachten Katrien Demuynck en Marc Vandepitte* deze zomer opnieuw een bezoek aan Gerardo Hernández, die net als zijn vier andere Cubaanse kameraden ondertussen al dertien jaar onterecht opgesloten zit in een Amerikaanse hoge veiligheidsgevangenis (zie kader). Geen sinecure, want elke gevangene van zo’n instelling heeft maar recht op tien goedgekeurde bezoekers en Katrien Demuynck noch Marc Vandepitte behoren daartoe. Pas enkele dagen na hun aankomst in de VS kreeg het Belgische duo groen licht.

De federale gevangenis van Victorville ligt op een goede honderd kilometer van Los Angeles, temidden de Mojavewoestijn. Vanuit onze huurwagen zien we het landschap veranderen. De miljoenenstad LA ligt achter ons en we rijden nu door een woest gebergte. Hoe meer we opschieten, hoe droger en heter het wordt en hoe beklemmender we ons voelen. In de Mojavewoestijn, een gebied twee keer zo groot als België, vind je de grootste concentratie aan legerbasissen op het VS-grondgebied. En daarnaast dus ook nog een federaal gevangeniscomplex, van zo’n honderd voetbalvelden groot, bestaande uit verschillende detentiecentra. Als je googelt op ‘United States Penitentiary Victorville’ leert Wikipedia je dat dat deel uitmaakt van een op de site van een oude legerbasis gebouwd gevangeniscomplex. Gerardo Hernández is er de meest gekende gevangene. 

 

We overnachten in een motelletje in Victorville. De gevangenis zelf ligt nog zo’n twintig kilometer verderop in de woestijn. We proberen die avond nog om Adriana te bellen. Adriana is de vrouw van Gerardo. Al dertien jaar krijgt ze geen inreisvisum in de VS en kan ze dus haar man niet bezoeken. Ze was van in het begin op de hoogte van onze poging om bij Gerardo op de koffie te gaan en keek er hard naar uit of het zou lukken. Maar een lijn tussen Victorville en Havana is blijkbaar niet evident en na een aantal vergeefse pogingen moeten we het opgeven. Spijtig, ze zou heel blij geweest zijn. 

De uitkijktorens doemen op

De volgende morgen zijn we al vroeg op. Om 8u30 mag je je opwachting maken aan de gevangenispoort. We rijden Victorville uit, het desolate landschap in. Een huurauto is de enige manier om er te geraken, bij afwezigheid van openbaar vervoer naar het gevangeniscomplex. Een klein halfuur later zien we de uitkijktorens van de gevangenis opdoemen. We naderen het complex. Links van ons ligt een vliegtuigbasis. Een heel bizarre dan wel. De vliegtuigen die er gestationeerd staan dragen geen naam of logo. De basis zou van de CIA zijn. Is het met dit soort vliegtuigen dat het clandestiene gevangenenvervoer naar geheime gevangenissen in Europa doorging? Even verder, net tegenover de ingang van het gevangeniscomplex, ligt een ommuurde woonwijk. Alleen: de woningen staan leeg, met gebroken ruiten en ingestampte deuren. Ze behoorden tot een inmiddels gesloten legerbasis. Toen men de afbraak van de woningen startte bleken ze vol asbest te zitten. De werken werden opgeschort. Twintig jaar later staan de huizen er nog… of wat ervan rest. 

 

We rijden het terrein op. Een groot bord geeft aan dat je geen foto’s mag nemen, maar dat deden we al stiekem van een eind verderaf. We volgen de Georgeboulevard, voorbij twee gevangenissen met een minder strikt regime en voorbij een herstellingsplaats voor legervoertuigen. Dit federaal gevangeniscomplex is niet in privé-handen. De gevangenen worden tewerkgesteld ten voordele van het leger. Hier komen de voertuigen terecht die ingezet zijn in de buitenlandse oorlogen van de VS. Vaak zijn ze vervuild met chemische wapens of verarmd uranium. Gevangenen reinigen, herstellen en herspuiten ze hier voor een prikje: een halve dollar per uur of maximaal zo’n 150 dollar maandloon. We zullen maar geen vragen stellen naar de veiligheidsmaatregelen voor de arbeiders. Het is schrijnend dat de gedetineerden aan staan schuiven voor dit werk. Voor zowat alles heb je geld nodig in de gevangenis: om een brief te kunnen versturen, wat extra drank, voedsel of kleding te kopen, eens naar huis te kunnen bellen, enz.

We rijden de parking op van het United States Penitentiary Victorville. De hitte slaat ons in het gezicht, ondanks het vroege uur. Er zijn al een paar bezoekers. Wij krijgen het nummer vier en de nodige formulieren om in te vullen. Je mag werkelijk niets bij je hebben. Je zakken moeten volledig leeg zijn. Het enige wat toegestaan is, is een doorzichtig plastiek zakje met dollarkwartjes. Daarmee kan je in tijdens het bezoek frisdrank en versnaperingen uit de automaten halen. Consumptie voor alles. We kijken eens rondom ons, zowat alle bezoeker zijn zwarten of latino’s. Ze komen vaak van meer dan duizend kilometer ver om hun familielid te bezoeken. Het zijn er ook bijzonder weinig. In de wachtzaal is trouwens maar zitplaats voor twintig mensen. 

Hart bonst in onze keel

Eindelijk, zowat een half uur later, roepen ze ons nummer af. Eerst wordt gecontroleerd of je wel degelijk toegelaten bent op de bezoekerslijst van de gevangene. Dan volgt een uitgebreide veiligheidscontrole, een beetje te vergelijken met de controles voor je op een vliegtuig kan. Alleen is de inzet hier groter: als je niet voldoet, of als de cipier vindt dat je niet voldoet, wordt je onherroepelijk naar huis gestuurd. Het doet hen niets dat je net een dure en zware reis achter de rug hebt uit Texas, Idaho of New Mexico, laat staan België. Het meest tricky is een machine die ‘toxische stoffen’, zeg maar drugs, detecteert en die vooral afgaat als ze zelf wil. Als je door al die controles geraakt krijg je een onzichtbare stempel op je arm die je enkel ziet als ze er speciaal licht op werpen met een handlamp. Ik kan je verzekeren dat je je hart telkens in je keel voelt bonzen tot het zover is.

Met de nodige stress raken we er dus helemaal door. Nu moeten we weer wachten tot een aantal andere bezoekers door de controles raakt. Daarna voeren ze je door een sluis. Nog eens wordt je identiteit gecontroleerd, net als de onzichtbare stempel op je arm. Daarna nemen ze het groepje bezoekers via een zware metalen sluisdeur mee over een hete binnenkoer. “Hier moesten we de vorige keer wegspringen voor een ratelslang”, wijst een oude Mexicaanse opa. We bekijken de driedubbele rollen prikkeldraad die metershoog opgestapeld zijn tegen de omheining. Daarboven is nog een draad met hoog voltage gespannen. Er zijn zes uitkijktorens. Het is duidelijk: we zijn binnen en wie hier binnen zit komt niet zomaar weer buiten. “Hoe kun je ooit geloven dat mensen beter zullen worden door ze op te sluiten in zo’n barre omstandigheden?”, vragen we ons af.

Na nog een tweede sluis komen we in de bezoekersruimte. Dat is een grote lege zaal met een vijventwintigtal lage PVC-bijzettafeltjes en daar telkens enkele stoelen rond. Een langs de ene kant en een tot drie langs de andere kant van het tafeltje. Elk woord weergalmt door heel de ruimte. We trekken onmiddellijk met ons zakje dollarkwartjes naar de automaten. Misschien kunnen we nog een sandwich met hesp en kaas versieren voor Gerardo. Na nog wat wachten, het is intussen half tien, brengen ze Gerardo binnen. Impulsief spring ik op, ik wil hem omhelzen. Hij doet teken met zijn ogen: nu nog niet.

Eerst wordt hij meegevoerd naar de controledesk. Daar chequen ze nog eens zijn identiteit en dan mag hij tot bij ons komen. Dan toch: een warme omhelzing. Dat mag trouwens enkel bij het begin en het einde van het bezoek, en bij het nemen van een eventuele foto. Voor de rest is elke aanraking verboden, je mag zelfs niet naar mekaar toebuigen om mekaar beter te verstaan doorheen het lawaai in de zaal.

Tweede kansprocedure

Het is alsof we mekaar gisteren nog gezien hebben. Gerardo is supercontent. Hij straalt levenslust en optimisme uit. Hij doet het verhaal van de goedkeuring van ons bezoek. De councellor van zijn afdeling, dat is een soort sociale werker, was vorig jaar zwaar terecht gewezen omdat hij filmacteur Danny Glover, onder andere bekend van zijn rollen in Saw en Lethal Weapon, op de bezoekerslijst van Gerardo toegestaan had. Net zomin als wij voldoet Danny Glover aan de voorwaarden. Je moet de gevangene namelijk van voordien kennen of je moet familie zijn. Het bezoek van Danny Glover had heel wat beroering gebracht in de gevangenis en daar houdt de directie zo niet van. Die councellor zag het uiteraard niet zitten om nog eens problemen te hebben, dit keer met Belgisch bezoek. Aanvankelijk was onze aanvraag dan ook geweigerd. Maar Gerardo diepte de foto van ons eerste bezoek op als ‘bewijs’ dat we hem kenden en dat gaf uiteindelijk de doorslag.

Gerardo vertelde over de soort tweede kansberoepsprocedure, Habeas Corpus genaamd, waar hij nu mee bezig is. Dat gebeurt voor de oorspronkelijke rechter in Miami – dezelfde die voor de buitensporige veroordelingen zorgde! – en kan enkel op basis van nieuwe feiten. Die zijn er: intussen is namelijk gebleken dat de VS-overheid tijdens het proces van de Vijf journalisten duizenden dollars betaalde om de opinie in Miami, en dus ook die van de juryleden, te beïnvloeden. Dat is een overtreding van de wet en voldoende om het hele proces onwettig te verklaren. Maar het is nog niet duidelijk of de rechter de Habeas Corpus zal aanvaarden. Bovendien is de hele procedure bemoeilijkt omdat de post van Gerardo soms maanden achtergehouden wordt. 

het gevangenissencomplex van Victorville 

We vragen Gerardo naar het leven in de gevangenis. We lazen al dat er plaats is voor 960 gevangenen, terwijl er momenteel 1.600 opgesloten zijn. De gevangenis is een broeinest van criminaliteit, vertelt Gerardo. Messen, drugs, alcohol, alles is er te krijgen, ondanks het repressieve regime en de veiligheidsmaatregelen. De overbevolking werkt spanningen en agressie in de hand. Geregeld zijn er opstootjes en worden medegevangen hardhandig de les geleerd. Daarbij zijn de afgelopen jaren al verschillende gevangenen om het leven gekomen. Hier verblijven is niet zonder risico.

De meeste gevangenen sluiten aan bij een van de bendes binnen de gevangenis. Zo voelen ze zich een beetje beter beschermd. Gerardo behoort tot geen enkele gang. Toen hij aankwam werd hij benaderd door de ‘Arians’, een uiterst rechtse racistische gangsterbende. Gerardo ziet er namelijk blank uit en die zijn zeldzaam in zo’n gevangenis. Het duurde tot ze doorhadden dat hij eigenlijk Cubaan was en dan ook nog eens communist… Zijn medegevangenen laten hem – tot op heden – gelukkig met rust. Hij wordt beschouwd als een speciaal geval. Zijn roepnaam is ‘Cuba’. Hij is de enige daar die stapels brieven ontvangt, en dat van overal ter wereld. Dat geeft hem een zeker prestige en respect bij de cipiers. Gelukkig maar, want zo’n gevangeniswereld is bijzonder grimmig.

Tranen lachen achter prikkeldraad 

Om drie uur stipt loopt het bezoek ten einde. De gevangenen moeten tegen de muur gaan staan aan één zijde van de zaal, de bezoekers aan de andere zijde. Dan is het wachten tot ze je naam afroepen en je via de twee sluizen, de binnenkoer en nog een extra controle, weer buiten kan.
In totaal konden we vijf dagen op bezoek bij Gerardo, uitsluitend in de weekends. Binnen geraken ging niet altijd even vlot. Het duurde meestal veel langer eer we tegenover mekaar zaten. Eén keer geraakten maar drie families door alle controles. We waren erbij. We hebben veel kunnen praten met Gerardo. We hadden het over de campagne voor de vrijheid van de Vijf en over de actualiteit in de wereld, de economische crisis en de uitzichtloosheid van het kapitalisme, zelfs over de regeringsvorming in België. Hij vertelde ons ook hoe belangrijk de solidariteit voor hem is. “Het feit dat zoveel mensen zich inzetten voor onze vrijheid, dat is wat ons sterk houdt”, zei hij. We waren telkens opnieuw verrast door zijn optimisme en geloof in de toekomst. Maar ook door zijn gevoel voor humor. Echt, we hebben tranen zitten lachen daar achter de prikkeldraad en de betonnen muren, bij het uitwisselen van moppen en fratsen.
Maar hij vertelde ook over hoe moeilijk het is om te leven zonder Adriana. En: hoe hij erover waakt om elk contact via telefoon of brieven positief te houden, en absoluut niet toe te laten dat de problemen en de pijn om de scheiding hun relatie zouden kunnen beschadigen. “Wat er ook verder gebeurt”, verzekerde hij ons, “ik sta honderd procent achter de revolutie en achter Fidel. Daar zullen ze nooit een strobreed tussen krijgen”. 

Gerardo Hernández in het midden tussen Katrien Demuynck, coordinatrice van Initiatief Cuba Socialista en auteur Marc Vandepitte. 

Telkens als we de gevangenis opnieuw verlieten was ons gevoel erg dubbel. Aan de ene kant had het bezoek heel veel deugd gedaan. Aan de andere kant moesten we een man achter laten die volledig onschuldig al dertien jaar van zijn leven in de bikkelharde omstandigheden van een hoge veiligheidsgevangenis doorbrengt, voorlopig zonder uitzicht op een opening.

Nochtans is de oplossing niet zo ondenkbaar. De VS-president heeft de grondwettelijke macht om tussen te komen. Hij kan aanklachten opheffen, straffen verminderen of opschorten, of gratie verlenen. Eén pennetrek volstaat. Maar uiteraard zal hij zoiets nooit vanzelf doen. Daarom wordt de campagne wereldwijd opgevoerd. En Gerardo kan erop rekenen: we gaan ervoor!

 

* Marc Vandepitte is auteur, Katrien Demuynck coördinator van het Belgisch Free the Five-comité en van de Europese campagne voor de vrijheid van de Cuban Five

 

Wie zijn de Cuban Five?

De Cuban Five zijn de vijf Cubanen die op 12 september 1998 opgepakt werden in Miami. Na een proces dat internationaal in vraag gesteld wordt, veroordeelde het Amerikaanse gerecht hen tot levenslange straffen. Ze waren in Miami geïnfiltreerd in terreurorganisaties met het oog op het voorkomen van aanslagen tegen hun land. Momenteel zitten ze opgesloten in vijf verschillende hoge veiligheidsgevangenissen en zijn ze uitgeprocedeerd. Het Hoogste Gerechtshof wees – zonder uitleg –
een herziening van hun proces af, ondanks de massale wereldwijde steun daartoe. Het enige wat de Vijf in al die jaren konden bekomen was een strafvermindering voor drie van hen. Twee levenslange straffen mogen dan wel omgezet zijn naar 22 en 30 jaar, elke dag dat deze mannen gevangen zitten is er één te veel. Binnenkort, op 7 oktober, is de gevangenistermijn van de eerste van hen, René González, afgelopen. René kreeg 15 jaar. Niet dat we kunnen juichen omdat iemand na meer dan 13 jaar onterechte opsluiting eindelijk vrijkomt. Trouwens, volgens de VS-wetgeving moet hij nog drie jaar op probatie in Miami verblijven, wat helemaal niet zonder gevaar is. Klik hier om meer te weten over de Vijf.

bron: www.solidaire.org