Samenzwering tegen de Vijf

Gloria La Riva

Het Free-the-Five Comité van de VS legde samen met de National Lawyers Guild en het Partnership for Civil Justice Fund een aanklacht neer tegen de VS overheid wegens omkoping van journalisten voor en tijdens het proces tegen de Cuban Five, met als doel het bewerken van de publieke opinie tegen de Vijf. De overheid overtrad daarbij de eigen wetgeving.

Miami – Op 2 juni gaf het Nationaal Comité voor de Bevrijding van de Vijf in de VS een belangrijke persconferentie in de National Press Club in Washington D.C. Gloria la Riva, nationale coördinatrice, gaf uitleg over een aanklacht van het Comité tegen de Broadcasting Board of Governors (BBG), een autonome instelling van de Amerikaanse federale regering die verantwoordelijk is voor alle uitzendingen van de regering of door de regering gefinancierde uitzendingen.

Het Nationaal Comité maakte ook de namen bekend van een aantal journalisten in Miami die van de BBG betalingen hadden ontvangen voor en tijdens de rechtszaak van de Vijf die tussen november 2000 en juni 2001 in deze stad plaatsvond. Daarnaast kondigde het Nationaal Comité een internationale campagne aan met als belangrijkste eis dat minister van Justitie van de VS Eric Holder recht doet geschieden door de onmiddellijke invrijheidsstelling van de Vijf: Gerardo, Ramón, Antonio, Fernando en René.

Mara Verheyden-Hilliard, aanwezig op de conferentie en medeoprichtster van het Partnership for Civil Justice Fund, een v.z.w. van advocaten, kondigde aan dat de BBG gedagvaard wordt voor het onwettig achterhouden van informatie over de sommen die de BBG tussen 1996 en 1999 heeft uitbetaald aan journalisten die verslag uitbrachten over Cubaanse kwesties.

Uit deze informatie zou blijken dat de BBG en het Office of Cuba Broadcasting – dat deel uitmaakt van de BBG en de leiding heeft over de uitzendingen van Radio Martí en TV Martí – met deze betalingen de federale wet geschonden heeft. Het enige objectief van deze zenders is een omverwerping van de grondwettelijke orde in Cuba. Het gaat in het bijzonder om de wet Ley Smith-Mundt van 1948, die de BBG verbiedt gebruik te maken binnen de grenzen van de VS van propaganda die afkomstig is van of gefinancierd wordt door de federale overheid.

Volgens Heidi Boghosian, Uitvoerend Directeur van de National Lawyers Guild en eveneens aanwezig op de persconferentie, suggereert “de betaling aan die journalisten het bestaan van een plan om de rechtsgang te belemmeren en de uitspraak van de rechter over de schuldvraag te beïnvloeden”. Dit houdt in dat de federale regering, vertegenwoordigd door het ministerie van Justitie, zich schuldig heeft gemaakt aan manipulatie van de rechter nog voor het begin van de rechtszaak. Dit is een schending van het constitutionele recht op een onpartijdige rechtspraak dat elke beklaagde heeft en dat is vastgelegd in het VIe Amendement.

Het panel rechters van het Hof van Beroep van het 11e District dat in augustus 2005 unaniem de veroordeling van de Vijf vernietigde en opdracht gaf voor een nieuw proces, staafde zijn uitspraak als volgt: “de gemeenschap werd aan een dusdanige nadelige en opruiende publiciteit voor en tijdens het proces onderworpen dat een rechtvaardige uitspraak bijna onmogelijk was”.

Het onderzoek door het Nationaal Comité dat op de persconferentie werd openbaar gemaakt, bewijst dat de BBG verschillende journalisten in Miami heeft betaald voor vermeende verslaggeving door Radio Marti en TV Marti gedurende de gevangenschap en het proces van de Vijf. Onder die journalisten vinden we onder andere Pablo Alfonso van El Nuevo Herald – ontvangen betaling: 58.600$; Wilfredo Cancio Isla van El Nuevo Herald – ontvangen betaling: 4.725$; Enrique Encinosa van Radio Mambí – ontvangen betaling: 5.200$; en Ariel Remos van Diario Las Américas – ontvangen betaling: 4.725$.

Bovenstaande bedragen werden aan die verdienstelijke beroepsjournalisten uitbetaald tijdens de gevangenschap en het proces van de Vijf. Maar dat was niet alles. Tussen 1999 en 2007 betaalde de BBG in totaal 252.325$ aan Pablo Alfonso; tussen 1999 en 2006 21.800$ aan Wilfredo Cancio Isla; in diezelfde periode 24.350$ aan Ariel Remos; en tussen 1999 en 2003 ontving Enrique Encinosa van de BBG 10.410$.

In hoeverre de gemeenschap van deze propaganda doordrongen werd, wordt gedeeltelijk aangetoond door het onderzoek van het Nationaal Comité en ook door het onderzoek van onze kameraad en collega Salvador Capote. In een belangrijk artikel van oktober 2009, “De Vijf en de verborgen propaganda” schrijft hij: “…in de persorganen van Miami en de periode van 27 november 2000 tot 8 juni 2001, periode die overeenkomt met het begin van het proces tegen de Vijf tot aan hun veroordeling door de rechter, zijn, hoe ongelooflijk het ook moge klinken, in 194 dagen door El Nuevo Herald 806 artikels gepubliceerd die het proces negatief konden beïnvloeden, dit zonder rekening te houden met de honderden berichten van persagentschappen (EFE, Reuters, France Press en Associated Press) die eveneens tendentieuze informatie tegen Cuba en tegen de Vijf verspreidden.

In diezelfde periode publiceerde The Miami Herald 305 artikelen van hetzelfde allooi, dit is tevens zonder rekening te houden met de berichtgeving van nieuwsagentschappen, bijna exclusief van Associated Press.

In totaal hebben die twee kranten in 194 dagen 1.111 artikelen gepubliceerd, dat is een gemiddelde van meer dan vijf per dag. Dit geeft een idee van de oververzadiging waaraan Miami met betrekking tot de Vijf werd blootgesteld.

*Andrés Gómez, journalist van Cubaanse afkomst in Miami, is directeur van Areítodigital .

meer info

Vert.: Marina Mommerency