26 juli: De aanval op de Moncada, een overwinning van de ideeën

Niemand mag de geschiedenis vergeten. Op een ogenblik waarop het VS-imperialisme en zijn regionale bondgenoten proberen de utopie te verstikken die bevestigt dat "een betere wereld mogelijk is" blijven de Cubaanse revolutie en zijn heldhaftig volk koste wat kost weerstand bieden, overtuigd van de juistheid van hun idealen.

Trots herdenken ze de 66e verjaardag van de aanval op de kazernes Moncada in Santiago de Cuba en Carlos Manuel de Céspedes in Bayamo.

Die roemrijke actie heeft de loop van onze natie voor altijd veranderd, en haar grootsheid oversteeg de landsgrenzen en opende een nieuwe fase in de geschiedenis van Ons Amerika.

De juistheid van haar revolutionaire ideeën bracht de Honderdjarige Generatie van José Martí ertoe, onder leiding van Fidel Castro, om onbevreesd haar leven in de weegschaal te werpen en de zaden te planten van die buitengewone historische verandering die, ondanks de mislukking van de militaire actie, enkele jaren later werkelijkheid zou worden.

Het was een gedurfde onderneming tegen de bloedige en pro-VS-dictatuur van Fulgencio Batista, die de massa's ervan bewust maakte dat er een gewapende strijd nodig was om de rampzalige nationale realiteit om te vormen, en dankzij haar effenden de Cubanen de weg naar de volledige bevrijding van het vaderland om, zoals de nationale held José Martí had gezegd, de tweede en definitieve onafhankelijkheid te veroveren.

De gewapende actie ondersteunde een progressief programma dat de belangrijkste verzuchtingen concretiseerde voor de mogelijke socio-economische en politieke omvorming in de nationale conjunctuur van het ogenblik en dat Fidel meesterlijk heeft samengevat in zijn historisch pleidooi op het proces (dat op 16 oktober 1953 begon na de aanval op de Moncadakazerne): "Het maakt niet uit dat jullie mij veroordelen, de geschiedenis zal mij vrijspreken!".

De actie en het programma beantwoordden aan de voorafgaande marxistisch-leninistische analyse van de objectieve en subjectieve overheersende voorwaarden. Die voorwaarden rijpten na de pro-imperialistische staatsgreep van 10 maart 1952, die moest verhinderen dat een vooral reformistisch gezinde meerderheid via verkiezingen aan de macht ging komen. Die verkiezingen gebeurden in het kader van de zogenoemde "representatieve democratie" die datzelfde aan de VS onderworpen burgerlijke regime niet wilde respecteren.

De tactische terugslag van de 26e juli 1953, waarbij de geplande militaire doelen niet werden behaald, veranderde niets aan de historische uitkomst van de gebeurtenis, die definitief deel uitmaakte van het Cubaanse revolutionaire proces.

Aan de muren van de Moncadakazerne in Santiago de Cuba - een stad met een lange traditie van gevechten voor de onafhankelijkheid van het eiland - en de gelijktijdige acties aan de kazernes van Bayamo werd de fase van de gewapende strijd geopend die, aan het begin van 1959, maar werd afgesloten met de volledige omverwerping van de Batista-tirannie.

De diepe overtuiging en het vertrouwen in de ideeën die deze roemrijke gebeurtenis begeesterden en de aanval op de Moncada werden de voorbode en kostbare ervaring van de latere beslissende acties: de expeditie van de Granma, vanuit het broederland Mexico, en de guerilla in de bergen, die de belangrijkste vorm van de revolutionaire actie zou zijn en die op de stevige steun kon rekenen van de ondergrondse beweging en waaraan het hele land zou meewerken.

Volgens Fidel begon de bevrijdingsstrijd van het Cubaanse volk niet op die dag: "De heldhaftige mars die Cespedes in 1868 was begonnen kreeg een vervolg, en werd daarna voortgezet door die uitzonderlijke man waarvan de honderdste verjaardag precies dat jaar werd gevierd, de geestelijke auteur van de Moncada, José Martí".

66 jaar na de aanval op de Moncada, die velen in het buitenland en ook in Cuba als een onmogelijke "hemelbestorming" beschouwden, nodigt deze vaderlandslievende dag de Cubanen uit om na te denken over het verleden, de tegenwoordige tijd en vooral de toekomst van de revolutionaire strijd op de weg van de opbouw van een land met een welvarend en duurzaam socialisme, waarin we de grootst mogelijke sociale rechtvaardigheid zullen bereiken.

Bron: Granma

Vertaling: E. Carpentier