Achtste congres van de Cubaanse Communistische Partij: continuïteit en wissel op de toekomst (deel 1)

Van 16 tot 19 april vindt het achtste congres van de Cubaanse Communistische Partij (PCC) plaats, 64 jaar nadat 82 rebellen met de Granma in Cuba ontscheepten. Dat is om meer dan een reden een belangrijke gebeurtenis, gezien de rol van de PCC in de maatschappij. Het congres staat in het teken van de continuïteit, maar ook van de vernieuwing. Zo zal huidig voorzitter Raúl Castro zijn mandaat niet verlengen.

Cubanismo.be brengt je achtergrond en follow-up in 3 delen: (1) de plaats en rol van de Cubaanse Communistische Partij, (2) de inzet, de voorbereidingen en het verloop, en tot slot (3) de besluiten. Voor speculaties en geruchten moet je de reguliere media volgen. Wij informeren je op basis van wat er echt is beslist en voor zover dat in openbare bronnen beschikbaar is.

Heb je specifieke vragen? Mail ze naar info@cubanismo.be en we antwoorden je rechtstreeks of via onze artikels.

(Deel 1)

Waarom is de PCC de leidende kracht?

Op 26 juli 1953 vielen Fidel Castro en zijn strijdmakkers in Santiago de Cuba de Moncadakazerne aan, wat het startschot van de revolutie moest zijn. De aanval mislukte, maar minder dan zes jaar later, op 1 januari 1959, slaagden ze er uiteindelijk in dicatator Batista te verjagen en een socialistische omwenteling door te voeren. Daarbij moesten ze afrekenen met de VS-blokkade, een huurlingeninvasie en gewapende contrarevolutionaire bendes.

Zonder de brede steun van het volk zou die hele onderneming onmogelijk zijn geweest, en dat vormt dus de eerste legitimiteit van de revolutionaire regering.

De organisatie van Fidel, de Beweging van de 26e juli ( M-26-7), was met haar rebellenleger de leidende militaire en politieke factor van de revolutie, die nauw samenwerkte met de arbeidersbeweging, de boeren en de studenten. De toenmalige, in 1925 opgerichte, communistische partij (de Partido Socialista Popular, PSP) speelde een ondersteunende rol.

Na de overwinning werden alle revolutionaire krachten in één organisatie verenigd: eerst in de Geïntegreerde Revolutionaire Organisatie (ORI), daarna – in 1962 – in de Cubaanse Verenigde Partij van de Socialistische Revolutie (PURSC), die in 1965 opging in de Communistische Partij (PCC). De noodzaak van een revolutionaire eenheidspartij was een van de lessen die de nationale held José Martí uit de lange Cubaanse onafhankelijkheidsstrijd had getrokken.

In 1976 keurden de Cubanen in een volksreferendum massaal een nieuwe grondwet goed (98% opkomst en goedkeuring door bijna 98%), die de leidende rol van de PCC bekrachtigde en het laatste woord bij het parlement legde. De vernieuwde grondwet van 2019 – bij referendum door 87% goedgekeurd – herbevestigde dat. Dat is een tweede legitimiteit.

De leidende rol van de PCC berust op haar morele gezag, op haar invloed op de massa’s en op het vertrouwen dat het volk in haar stelt. De PCC mag dan wel de richting aangeven om het land te ontwikkelen, het laatste woord ligt bij de soevereine volksvergadering, het parlement. En alle grote strategische beslissingen worden pas genomen na een zeer brede raadpleging, op basis van een consensus en met de nodige bijsturingen nadien. Dat is een derde legitimiteit, en misschien wel het ‘geheim’ waarom het Cubaanse socialisme, in tegenstelling tot dat in andere landen, standhoudt.

De PCC stelt zich, naast het einddoel van een communistische maatschappij, vier hoofdopdrachten: de nationale economie ontwikkelen, zich inzetten voor vrede en eenheid en ideologische standvastigheid bewerkstelligen.

Hoe verloopt een congres?

De PCC hield haar vorige congressen in 1975, 1980, 1986, 1991, 1997, 2011 en 2015. Het achtste congres vindt plaats zoals gepland, zij het in de bijzondere context van een coronapandemie met een grote impact op de economie, die op haar beurt grote veranderingen ondergaat op het vlak van werkgelegenheidsbeleid, geldverkeer, lonen, prijzen en subsidies.

De PCC telde in 2019 meer dan 670.000 militanten, die vanuit de ca. 54.500 basiseenheden een duizendtal afgevaardigden naar het 7e congres zonden. Ook nu heeft de basis kandidaat-afgevaardigden voorgedragen die daarna op provinciaal vlak al of niet worden verkozen.

Vanaf half maart begonnen de afgevaardigden de verschillende congresdocumenten te bespreken en te ammenderen. De na de debatten aangepaste versies zullen dan op de eigenlijke congresdagen in april (commissies en slotzittingen) worden besproken en ter stemming voorgelegd.

Zoveel is duidelijk, een congres van de PCC is een omvangrijk en intensief democratisch proces waar men niet lichtzinnig mee omspringt.