Biografie Che Guevara 3: tweede tocht door Latijns-Amerika (1953-1954)

Op zijn vijfentwintigste onderneemt hij een tweede tocht door het continent. Het revolutionair virus heeft hem meer en meer te pakken. In 1954 is hij getuige van een door de VS gesteunde staatsgreep tegen de progressieve president Arbenz. Ernesto wordt gezocht en vlucht naar Mexico.
 
"Dankzij mijn ervaring in Guatemala met de agressie van de VS
 werd ik ervan bewust dat er één belangrijke voorwaarde is
 om een revolutionaire arts te kunnen worden,
en dat is: revolutie.
Geïsoleerde, individuele inspanningen, de ‘zuivere idealen’,...
dienen tot niets in landen waar de regeringen
de sociale verhoudingen verandering onmogelijk maken.”
(1)
 
Che Guevara werkt zijn studies af begin 1953. Op 7 juli vertrekt hij samen met enkele vrienden met de boemeltrein richting La Paz, Bolivia, 6000 km verder. Ondertussen voeren in Cuba een groep revolutionairen onder leiding van Fidel Castro op 26 juli 1953 een aanval uit op de Moncada kazerne, hoofdkwartier van de guardia van Batista. De aanval mislukt. Veel jongeren worden omgebracht. Fidel wordt gevangen gezet. lees meer
 
 
Eind oktober bereiken Che en zijn vrienden Panama. Che is verontwaardigd over de onderdanige houding van de Panamese leiders tegenover de VS. In Costa Rica leert hij de overheersing kennen van de United Fruit en de uitbuiting en miserie die er het gevolg van zijn. In een brief aan zijn tante Beatriz schrijft hij: “In El Paso heb ik de uitgestrekte domeinen van de United Fruit doorkruist. Ik heb me er nogmaals kunnen van overtuigen hoe misdadig die kapitalistische octopussen zijn. Op een afbeelding van de oude en betreurde kameraad Stalin heb ik gezworen niet te zullen rusten voor die kapitalistische octopussen vernietigd zijn. In Guatemala wil ik me verder vervolmaken tot een authentieke revolutionair.”
Langs Nicaragua, Honduras en El Salvador komt Che eind december in Guatemala aan waar Jacobo Arbenz een vreedzaam revolutionair proces leidt. In een brief aan zijn moeder schrijft hij: ”Ik heb eindelijk mijn doel bereikt... Ik denk dat ik hier een tweetal jaar zal blijven, als alles goed gaat.”
In Guatemala leert hij de naar daar gevluchte Peruaanse revolutionnaire Hilda Gadea kennen. Ze trouwen en krijgen een dochtertje Hildita.
 
 
14-15-16 juni 1954. Che ziet hoe Noord-Amerikaanse vliegtuigen Guatemala overvliegen en niet alleen militaire installaties maar ook arme volkswijken bombarderen. 18 juni 1954. Che maakt de putsch mee tegen de regering Arbenz, opgezet en uitgevoerd door de VS. Op 20 juni schrijft Che in een brief aan zijn moeder: “Deze aanvallen samen met de leugens van de internationale pers hebben de onverschilligen wakker geschud. Er heerst een strijdlustig klimaat. Ik heb me opgegeven als vrijwilliger voor de medische hulpdiensten en heb me ingeschreven in de jongerenbrigade om een militaire opleiding te krijgen en te gaan naar waar nodig is.”
Op 26 juli kondigt de nationale radio het ontslag aan van president Arbenz en de ballingschap van bijna alle politieke leiders en hun families. Dit veroorzaakt grote beroering onder de bevolking. Che stelt vast: “In Guatemala was het noodzakelijk te vechten, en bijna niemand vocht. Er moest weerstand geboden worden en bijna niemand wou het doen.”
De repressie barst los in Guatemala. De Latijns-Amerikaanse ambassades vullen zich met politieke vluchtelingen. Che wordt aangewezen als een gevaarlijk Argentijnse communist en mag niet in Guatemala blijven: “Ik kon ontvluchten naar Mexico toen de agenten van de FBI reeds bezig waren iedereen te arresteren en te vermoorden die een gevaar kon betekenen voor deze regering van United Fruit.”
 
                               Aankomst in Mexico
 
 
Noten
 
Toespraak ‘De revolutionaire arts’, 19 augustus 1960.