Biografie Che Guevara 4: de Sierra Maestra (1955-58)

In Mexico komt hij snel in contact met Fidel Castro en beslist deel uit te maken van zijn rebellenleger. Che ontpopt zich snel tot een van de kopstukken van de guerrilla. Eind december schakelt brengt zijn colonne een beslissende slag toe aan het leger van de dictator.

“De revolutie is geen appel
die uit de boom valt als hij rijp is.
Je moet ervoor zorgen dat hij valt.
Dat is precies onze historische rol.”
(1)
 
Aangekomen in Mexico-stad probeert Che Guevara aan de kost te komen als fotograaf in de openbare parken.
Begin 1955 vindt Ernesto werk als arts in het “Hospital Central” van de stad. In juni ontmoet hij Raúl Castro. Ze worden vrienden. Raúl helpt hem straatkatten te vangen die Che gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.
Op 8 juli komt Fidel in de Mexicaanse hoofdstad aan. Hij kreeg samen met een groep revolutionnairen amnestie onder druk van de Cubaanse bevolking en vluchtte naar Mexico. Over hun eerste ontmoeting zei Che: “Ik leerde hem kennen in een van de frisse nachten van Mexico en herinner me dat onze eerste discussie ging over internationale politiek. Enkele uren later in diezelfde nacht - tegen de ochtend - was ik één van de toekomstige deelnemers aan de expeditie met de Granma.” Fidel Castro over die ontmoeting: “Hij kende veel van het marxisme-leninisme, autodidact, zeer leergierig, hij was een overtuigde. Toen wij Che leerden kennen, was hij al een gevormde revolutionair.”
 
                              Che en Fidel in de gevangenis in Mexico
 
Op 24 juni 1956 wordt Che Guevara aangehouden door de Mexicaanse politie, samen met Cubaanse kameraden. Op 3 juli meldt het persbureau UPI: “De Argentijnse arts Guevara zal naar zijn land van oorsprong worden gedeporteerd, omwille van zijn vermoedelijke deelname aan de mislukte samenzwering tegen de Cubaanse regering van Fulgencio Batista.” De Mexicaanse ex-president Lázaro Cárdenas, komt tussen om de Cubaanse revolutionairen te verdedigen. Eind juli worden de laatsten, waaronder Che Guevara, vrijgelaten. Ze zetten hun revolutionaire activiteiten verder in de clandestiniteit.
 
25 november 1956 : Het jacht Granma vertrekt in een stormachtige nacht met 82 man aan boord uit de monding van de rivier Tuxpàn, in Mexico. Che is lid van de leiding van de expeditie Op 2 december, na dagen rondzwalpen in zwaar stormweer op het overbemande jacht, meren ze aan in Los Cayelos, aan de Cubaanse oostkust.
 
 
Hun aankomst is opgemerkt en ze worden opgejaagd. De groep valt uiteen. Op 5 december, in Alegría del Pino, vallen ze in een hinderlaag. Slechts enkele guerilleros hebben het avontuur met de Granma en de eerste aanvallen van het leger van Batista overleefd. In deze hachelijke omstandigheden moest Che de keuze maken tussen zijn taak als arts of zijn plicht als revolutionair soldaat.
“Zou ik me toeleggen op de geneeskunde of op mijn plicht als soldaat van de revolutie? Het was wellicht de eerste keer dat dit dilemma in zo’n praktische termen gesteld werd: voor mij had ik een rugzak vol geneesmiddelen en een doos met kogels. Door hun gewicht kon ik ze niet allebei meenemen. Ik nam de doos met kogels.” (2)
Op 21 december komt de groep van Che bij de koffieplantage aan waar Fidel al enkele dagen wacht.
Op 17 januari 1957 vallen ze de kazerne van La Plata aan. Che: "La Plata was onze eerste overwinning. Het maakte voor iedereen duidelijk dat het Rebellenleger bestond en klaar was voor de strijd. Voor ons was het de bevestiging van de kansen op de eindoverwinning". De hinderlagen en gevechten nemen toe in aantal. Het leger bombardeert.
 
 
In april organiseert hij in opdracht van Fidel uitgebreide contacten met de boeren om steunpunten te creëren in het gebied. In elk gehucht waar ze komen houdt Che ook dagenlange medische raadplegingen voor de mensen. Jaren later beschrijft hij : "De guerrilla en de boeren werden geleidelijk aan één, zonder dat iemand kon zeggen wanneer die eenheid zich echt voltrokken had. Ik weet alleen dat deze contacten met de boeren in de bergen de spontane beslissing snel deed omslaan in een serene en ernstige relatie. Die lijdende en eerlijke bewoners van de Sierra Maestra hebben nooit geweten welk een belangrijke rol ze hebben gespeeld in de vorming van onze revolutionaire ideologie." (3)
 
In juli begint Che met de alfabetisering van Joel, Israel en andere guerrillero’s. Ook de anderen worden in studiekringen georganiseerd, over de geschiedenis van Cuba, de karakteristieken van het leger van de tirannie en het belang van de gewapende strijd. Op 21 juli benoemt Fidel Che tot commandant. Hierover schrijft Che: "Op een zeer informele manier werd ik tot commandant benoemd van de tweede colonne van het guerrillaleger. (...) De dosis ijdelheid die elk van ons in zich draagt, maakte van mij die dag de fierste man van de wereld."
 
 
 
Op 18 februari 1958 beginnen de eerste radio-uitzendingen van “Radio Rebelde”. Over die eerste experimenten geeft Che volgend commentaar: “ De enige luisteraars die we toen hadden waren Pelencho, een boer wiens hutje op een helling stond recht tegenover de zender en Fidel die in ons kamp op bezoek was in voorbereiding op de aanval op Pino de Agua” Daarover schreef de krant “Tiempo” in Havana: “Groepen rebellen, o.l.v. een communistische agent, internationaal gekend onder de naam van Che Guevara en één van Fidel Castro’s luitenanten in de Sierra Maestra, voerden een verrassingsaanval uit op de kazerne van Pino del Agua.”
 
In diezelfde februarimaand word Che geïnterviewd voor de micro’s van “Radio El Mundo” uit Buenos Aires, Argentinië: “Ik ben hier eenvoudigweg omdat ik denk dat de enige manier om Amerika van dictators te bevrijden erin bestaat ze te verslaan. Ik wil alle mogelijke hulp geven om ze ten val te brengen, hoe sneller hoe liever.
“Vreest U dan niet dat uw interventie als een buitenlandse inmenging zal bestempeld worden?”
 
 
"Ten eerste beschouw ik niet enkel Argentinië als mijn vaderland maar gans Amerika. Ik beroep mij daarvoor op voorbeelden als Martí, en het is precies op zijn geboortegrond dat ik zijn doctrine wil waarmaken. Bovendien kan je het toch moeilijk een inmenging noemen als ik me persoonlijk en totaal - tot mijn bloed toe -wil geven voor een zaak die me juist lijkt en helemaal van het volk is: Een volk dat zich wil bevrijden van een tirannie die zelf wel degelijk de gewapende inmenging van een vreemde mogendheid toejuicht: Vliegtuigen, wapens en militaire adviseurs. Tot op heden heeft geen enkel land deze Noord-Amerikaanse inmenging in Cubaanse aangelegenheden aangeklaagd, geen enkele krant beschuldigt de Yankees ervan Batista te helpen bij het afslachten van zijn volk.
 
Op 24 en 25 mei vallen de dictatoriale troepen twee mijnen in de Sierra Maestra aan. Het is het begin van een groot offensief. Che neemt met zijn colonne deel aan de verdediging van het bastion van het Rebellenleger in de Sierra Maestra. De troepen van Batista dringen op 19 juni verschillende punten de Sierra Maestra binnen en dreigen op te rukken. Bovendien bezetten ze de bevoorradings- en communicatielijnen. In de daaropvolgende dagen neemt Che deel aan en tegenaanval die uitmondt in een nederlaag van de vijand, een troepenmacht van meer dan 10.000 man.
 
 
Op 21 augustus schrijft Fidel: “De missie om een colonne vanuit de Sierra Maestra te begeleiden naar de provincie “Las Villas” en daar te opereren volgens het strategisch plan van het Rebellenleger, wordt toegewezen aan Commandant Ernesto Che Guevara. (...) Hij wordt ook benoemd tot hoofd van alle eenheden van de “M-26 de julio” die in deze provincie opereren, zowel in de steden als op het platteland. (...) De achtste colonne heeft als strategisch objectief hebben de vijand onophoudelijk aan te vallen in het centrum van Cuba en de vijandige troepenbewegingen van west naar oost over land te onderscheppen tot ze volledig verlamd zijn”
Che voert zijn colonne doorheen centraal Cuba, richting Santa Clara. Hij verenigt de verschillende guerrillagroepen die er actief zijn en lanceert een landhervormingsproject in de bevrijdde Sierra de Escambray.
 
    
 
De revolutionaire inlichtingendienst houdt Che intussen op de hoogte van de voorbereidingen die de tirannie treft met een gepantserde trein. Hij wist dat die zou getrokken worden door twee locomotieven en 19 wagons zou tellen. Binnenin waren granaatwerpers geïnstalleerd, mortieren en mitrailleurs punt 30, een overvloed aan munitie en 400 soldaten. Che beveelt verder te gaan met het systematisch opblazen van bruggen en alle andere verbindingen. Op 16 december wordt de brug over de Falconrivier op de Centrale weg opgeblazen, en daarmee worden alle steden te Oosten van Santa Clara vanuit Havana onbereikbaar.
Op 28 december komt hij met zijn troepen aan bij de universiteit van Santa Clara. Che installeert een commandopost en improviseert een kliniek in de faculteit pedagogie. Om 8.35 u bombardeert de luchtmacht van de dictatuur de buitenwijken. Een bom slaat in vlak voor de materniteit en vernietigt 8 huizen. De strijdmacht van Batista bestond uit 3000 manschappen gedekt door de gepantserde trein, tanks en vliegtuigen. De bombardementen op de stad gaan door. Che richt via de radio een boodschap tot de bevolking en vraagt hen met de rebellen mee te werken.
 
De dag erna breken de mannen van Che bij het ochtendgloren de treinsporen op en trekken de stad binnen. Om 15 uur begint de gepantserde trein zich terug te trekken en ontspoort op de losgewerkte sporen. Een paar uur later geven de totaal gedemoraliseerde soldaten zich over aan de guerrilla.
 
 
 
De internationale pers meldde aan de wereld dat Che gesneuveld was. “Radio Rebelde” daarentegen berichtte: “Laatste nieuws van het allergrootst belang! Grote overwinning van de achtste colonne in Las Villas. Een gepantserde trein van de dictatuur werd overwonnen en meer dan 400 wapens buitgemaakt! Troepen o.l.v. Ernesto Che Guevara overwonnen een gepantserde trein waarbij 300 soldaten met volledige uitrusting werden gevangen genomen, en twee wagons met dynamiet en ontelbaar veel wapens waaronder verschillende bazooka’s in beslag genomen... Voor de gemoedsrust van de familieleden in Zuid-Amerika en van de Cubaanse bevolking verzekeren we dat Ernesto Che Guevara in leven is en in de frontlinie verder vecht, van waaruit hij straks de stad Santa Clara zal innemen die reeds dagen belegerd wordt.”
 
 
Noten
 
(1) Interview, 17-23 maart 1965.
(2) ‘Souvenirs de la guerre révolutionnaire’, 1967.
(3) Escritos y Discursos, deel II, p. 85.