Cubaanse artsen helpen Italië in strijd tegen coronavirus: “Cuba deelt wat het heeft”

Interview met Norma Goicochea, Cubaanse Ambassadrice voor de EU, GD Luxembourg en België: Over Cubanen die de wereld helpen

Een team van vijftig Cubaanse gezondheidswerkers is naar Italië getrokken om daar bij te springen in de strijd tegen het coronavirus. Het Caraïbische eiland stuurt al bijna zestig jaar medisch personeel uit naar ongeveer de hele wereld. “Cuba geeft niet weg wat het te veel heeft, maar deelt wat het heeft”, zegt Norma Goicochea, de Cubaanse ambassadrice in België. 

Het nieuws dat een vijftigtal Cubaanse gezondheidswerkers naar Italië waren afgereisd om steun te verlenen aan Italiaanse dokters in hun moeilijke strijd tegen het coronavirus, haalde ook in ons land de media. Heel wat Belgen waren verrast door dit mooie humanitaire gebaar. Maar waarom riep de rechtse regering van de Italiaanse regio Lombardije net de hulp in van Cubaanse artsen en verplegers? We vroegen het aan Norma Goicochea Estenoz, Cubaanse Ambassadrice voor België, Luxemburg en de Europese Unie.

Wat doen de Cubaanse gezondheidswerkers precies in Lombardije?

Norma Goicochea Estenoz. De medische staf die vandaag in Lombardije actief is, behoort tot de “Henry Reeve”-brigade. Die bestaat uit 35 artsen – 23 huisartsen, 3 longartsen, 3 specialisten intensive care, 3 specialisten infectieziekten en 3 spoedartsen – bijgestaan door 15 verpleegkundigen. De meeste leden van de missie die nu actief is in Lombardije, namen eerder al deel aan andere internationale missies, waaronder die tegen het ebolavirus in West-Afrika.

De brigade werkt in de stad Cremona, dat is zo’n vijftig kilometer buiten Milaan, in de Lombardische provincie Cremona. Zij draaien mee in het nieuwe veldhospitaal dat op 23 maart werd geopend. Ze doen dat volledig gratis, belangeloos en voor niets. En zoals het hoofd van de brigade, Dr. Carlos Pérez, in een interview met de Italiaanse krant Corriere della Sera al aangaf, zullen zij in Italië blijven zo lang als nodig is.

Voor veel mensen was het misschien vreemd om te lezen dat een klein, arm land als Cuba een medisch team stuurt naar Italië, toch een goed ontwikkeld kapitalistisch land. Vertel eens hoe dat komt.

Norma Goicochea Estenoz. Cuba heeft een lange traditie in medische brigades. In 1960 al, toen Chili werd getroffen door een hevige aardbeving, stuurde Cuba meteen tonnen materiaal en voedselvoorraden. In 1963 vertrok dan de eerste medische brigade naar Algerije. De Cubaanse internationale medische samenwerking combineert de principes van internationalisme en humanisme, twee fundamentele waarden van onze Cubaanse revolutie. En we steunen daarbij uiteraard ook op het uitstekend uitgebouwde systeem van de Cubaanse publieke gezondheidszorg.

De komst van Cubaanse medisch personeel naar Italië is dus maar het recentste voorbeeld hiervan. In de loop der decennia waren onze medische brigades al actief in 160 verschillende landen wereldwijd. Ons gezondheidspersoneel was actief in een aantal Afrikaanse landen bij het indammen van ziekten zoals ebola, maar bijvoorbeeld ook in Haïti tegen cholera. In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied zijn we actief met ‘Operación Milagro’, een heel project om blindheid veroorzaakt door cataract aan te pakken. We zijn actief geweest met 26 brigades van de “Henry Reeve International Contingent of Doctors for Disasters and Major Epidemics” in onder andere Pakistan, Indonesië, Mexico, Ecuador, Peru, Chili en Venezuela.

Concreet in de strijd tegen het coronavirus is ons ‘leger met witte jassen’ vandaag actief in Italië, Venezuela, Jamaica, Nicaragua, Suriname en Saint Vincent en de Grenadines. Telkens op verzoek van de regeringen van die landen.

Cuba heeft dus 60 jaar ervaring in medische internationale samenwerking. Wat zijn de belangrijkste aspecten daarvan?

Norma Goicochea Estenoz. Allereerst is er de professionaliteit van het Cubaanse medische personeel. Naast hun consultaties doen de artsen ook wetenschappelijk onderzoek. Ze bevorderen een gezonde levensstijl, en leiden nieuwe gezondheidswerkers op.

Een ander opmerkelijk element is dat onze teams mensen bereiken die nog nooit medische zorg hebben ontvangen. Zo waren de Cubaanse dokters de enigen die actief waren in afgelegen gebieden van het Braziliaanse Amazonegebied. Totdat de nieuwe Braziliaanse president Jair Bolsonaro de samenwerking verbrak. Ironisch genoeg zijn de Cubaanse artsen nu wel terug welkom in Brazilië om het coronavirus in te dammen.

Het lijkt me uniek dat Cuba een westers land als Italië medische ondersteuning biedt, niet?

Norma Goicochea Estenoz. Het is niet de eerste keer dat Cubaanse artsen samenwerken met Europese landen. Van 2006 tot begin 2020, bijvoorbeeld, verleende Cubaans gezondheidspersoneel bijstand in de eerstelijnsgezondheidszorg in Portugal. Onze medewerkers werkten in gezondheidscentra en deden er onder andere fysiotherapie en oogheelkunde.

En het is dan wel geen westers land, maar ik zou hier toch even willen verwijzen naar een samenwerking waar we erg trots op zijn, maar die in de westerse media nooit veel aandacht kreeg. Cuba heeft 15.000 kinderen opgevangen die getroffen waren door de kernramp in Tsjernobyl, in het huidige Oekraïne.

Beperkt de internationale medische samenwerking van Cuba zich tot het sturen van brigades?

Norma Goicochea Estenoz. Neen, in onze universiteiten leiden we ook artsen op de hele wereld. In Cuba zijn er sinds 1963, het jaar waarin we echt startten met internationale medische samenwerking, 35.613 gezondheidswerkers uit 138 landen gratis opgeleid. In 1999 richtten we de Latijns-Amerikaanse School voor Geneeskunde (ELAM) op in Cuba. Daar hebben we tot nu toe ongeveer 29.000 studenten opgeleid. Het gaat dan om jongeren van eenvoudige komaf, uit Latijns-Amerika, Afrika, maar ook uit de Verenigde Staten, die in hun land nooit een artsenopleiding zouden kunnen betalen. De overeenkomst die we met hen sluiten, is dat ze na hun opleiding naar hun gemeenschap terugkeren, om daar de publieke gezondheidszorg te versterken.

Wat weinigen weten is dat Cuba ook een sterk uitgebouwde publieke biotechnologiesector heeft.

Norma Goicochea Estenoz. Daarvoor zijn we zelfs internationaal gerenommeerd. Zo heb je bijvoorbeeld het middel Hberprot-p, dat gebruikt wordt bij de behandeling van diabetische voetzweren, of Heberferon, dat wordt gebruikt voor de behandeling van huidkanker, of interferon Alpha 2B, dat gebruikt wordt voor de bestrijding van verschillende virusinfecties en dat nu ook wordt ingezet als hulpmiddel bij de behandeling van COVID-19, de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus. Om er maar enkele te noemen ...

Ja, ondertussen wordt ook Cuba ook geconfronteerd met coronavirus.

Norma Goicochea Estenoz. Klopt. Helaas is het coronavirus ook in ons land aangekomen. In Cuba is het overgrote deel van de ontdekte gevallen geïmporteerd. Dat wil zeggen, mensen die het virus uit andere landen hebben meegebracht. Deze situatie was te verwachten. Want het gaat hier om een pandemie, die veel landen in meer of mindere mate zal treffen. Ik zou zeggen dat de verspreiding van het coronavirus ook een uiting is van de globalisering. In deze wereld, die een dorp is geworden, zullen veel mensen op een of andere manier lijden onder de gevolgen van de pandemie.

Cuba heeft zich voorbereid op deze situatie en onze autoriteiten hebben maatregelen genomen in verschillende fasen. Gelukkig hebben we in Cuba een prima systeem van eerstelijnsgezondheidszorg. Ondanks de moeilijkheden waarmee we te maken hebben, in de eerste plaats vanwege de economische, handels- en financiële blokkade van de VS die ons belet om allerlei noodzakelijk materiaal voor de gezondheidssector te verkrijgen.

We kunnen deze komende gezondheidscrisis dus wel aan.

Op sociale media zie je her en der discussie, ook onder Cubanen, of de Cubaanse artsen niet beter in eigen land zouden blijven om de verspreiding van het coronavirus te helpen tegengaan.

Norma Goicochea Estenoz. Ik zou niet zeggen dat er veel onenigheid is in Cuba over het uitsturen van internationale medische brigades. Er is wel een dialoog onder Cubanen over het onderwerp, en ik vind het net goed dat het belangrijk engagement van ‘internationalisme’ opnieuw een gespreksthema is. De grote meerderheid van de Cubaanse bevolking is het eens met de solidaire steun die ons land biedt bij het bestrijden van deze pandemie. Dat internationalisme is bovendien tweerichtingsverkeer. Het is geven, maar het is ook veel terugkrijgen. Zo ontvangen wij ook heel veel solidariteit van over de hele wereld, in onze strijd tegen de VS-blokkade bijvoorbeeld.

U hebt het terecht over wederzijdse solidariteit. Maar er is ook de vaak gehoorde kritiek dat de Cubaanse medische missies vooral economische doelen dienen. De artsen zouden het niet doen uit solidariteit, maar voor een extra loon. En voor de Cubaanse overheid zou het een vitale inkomstenbron zijn. Wat vindt u van die kritiek?

Norma Goicochea Estenoz. Cuba is altijd al transparant geweest over zijn medische internationale samenwerking. We bieden sommige landen uit solidariteit gratis medische hulp aan, terwijl andere landen voor die diensten betalen in het kader van bilaterale akkoorden. De “Henry Reeve”-missie in Italië is een solidariteitsmissie, omdat het land met een ramp geconfronteerd is waar een snelle interventie noodzakelijk is. De equipe die Cuba heeft gestuurd is daarin getraind.

Maar de medische programma’s in bijvoorbeeld Suriname vallen onder een bilateraal akkoord. Daarmee dekken we niet alleen de kosten van de missies, we investeren de inkomsten ervan opnieuw om onze binnenlandse publieke gezondheidszorg kwalitatief en betaalbaar te houden. Cuba heeft een gratis gezondheidszorg voor alle Cubanen. Maar dit betekent natuurlijk niet dat het de overheid zelf niets kost. Integendeel, het blijft een uitdaging om onze gezondheidszorg - ondanks een agressieve VS-blokkade - betaalbaar te houden. Het is toch geen schande dat we voor de bijstand van hoog gekwalificeerde professionals een bijdrage aanrekenen?

En hoe zit het met de motivatie van de Cubaanse gezondheidswerkers zelf?

Norma Goicochea Estenoz. Veel Cubaanse gezondheidswerkers zien het als een manier om iets terug te doen, omdat ze een gratis en hoogstaande opleiding hebben genoten in hun thuisland. Natuurlijk ontvangen ze een loon voor wat ze doen. Dat loon bedraagt normaal 20% à 25% van de lonen die gangbaar zijn in de gastlanden. Daar bovenop krijgen ze een per diem, (een soort dagvergoeding, n.v.d.r.), zoals nu ook de dokters in Italië, want het leven in Italië is heel wat duurder dan in Cuba.

Als Cubaan ben ik bijzonder trots op het werk van onze internationalistische artsen. Het is dan ook bitter om die kritiek te horen. De lastercampagne tegen onze artsen is trouwens een nieuw speerpunt van het agressieve beleid van de Verenigde Staten tegen ons eiland geworden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, beschuldigt de Cubaanse regering van ‘moderne slavernij’ en ‘mensenhandel’, en van ‘inmenging in de interne aangelegenheden van derde landen’ etc. De VS hebben druk uitgeoefend op heel wat regeringen in Latijns-Amerika – zoals Brazilië, Ecuador en Bolivia – zodat die een eind hebben gemaakt aan de samenwerking met Cuba.

Gelukkig overschaduwt zo’n beschadiging niet het professionalisme en het altruïsme van de meer dan 400.000 Cubaanse gezondheidswerkers, die in een halve eeuw tijd missies hebben uitgevoerd overal in de wereld. Niet elke dokter zal zichzelf in gevaar brengen om levens te redden, en dit zonder extra financiële compensatie. Maar onze ‘revolutionaire dokters’ doen dat wel.

Internationalisme maakt deel uit van ons DNA. Het is ook de enige manier om te begrijpen waarom we steun hebben verleend aan het onafhankelijkheidsproces van verschillende Afrikaanse landen. Waarom Che Guevara naar Congo en Bolivia is getrokken. En waarom onze alfabetiseringscampagne gebruikt is om meer dan 10,5 miljoen mensen te leren lezen en schrijven, in 32 landen, via de Cubaanse methode “Yo sí puedo”. We doen dat met een basishouding van ‘Cuba geeft niet weg wat het teveel heeft, maar deelt wat het heeft.’

“We moeten egoïsme, individualisme en gebrek aan solidariteit een halt toeroepen”

Cubaans president Miguel Diaz-Canel: “Ook Cuba wordt getroffen door de Covid-19-pandemie. We hebben dan wel nog geen vaccin om dit virus te lijf te gaan, we hebben wel een goed opgeleid, geïnformeerd en verantwoordelijk volk. We beschikken over een goede gezondheidszorg voor iedereen, toegewijde wetenschappers en een efficiënt systeem van civiele bescherming. Onze partij en de overheid plaatsen de mensen en hun behoeften voorop. We zijn gekend voor onze lange geschiedenis van verzet tegen oorlogen van allerlei aard.

De Cubaanse overheid is volop geëngageerd en verantwoordelijk om over de gezondheid van onze mensen te waken. Maar het is ook diezelfde inzet, diezelfde verantwoordelijkheid, die ons oproept tot solidariteit en samenwerking met iedereen die het nodig heeft in de wereld. We moeten het goede voorbeeld geven en egoïsme, individualisme en gebrek aan solidariteit een halt toe roepen.”