Inleidende toespraak van Raúl Castro op het partijcongres

Raúl Castro trok het congres op gang met een uitgebreide en zelfkritische toespraak waarvan we hier enkele uitspraken bijeenzetten.

Democratische voorbereiding en vervolg

De voorliggende congresdocumenten moeten als een geheel worden gezien, wars van elke starre of dogmatische benadering. Ze zullen ook regelmatig worden geëvalueerd.

Het klopt dat er, in tegenstelling tot het zesde partijcongres, nu geen brede volksraadpleging is gehouden. (1) Dat is nu inderdaad niet gebeurd, omdat het nu over een voortzetting van de goedgekeurde oriëntaties gaat. Wat niet betekent dat het congres niet democratisch zou zijn voorbereid: de ontwerpteksten zijn het resultaat van een collectief werk, met de medewerking van academici en ambtenaren. De teksten werden op twee voltallige vergaderingen van het Centraal Comité besproken en geamendeerd. Daarna werden ze in alle provincies aan de militanten voorgelegd, waarbij duizenden opmerkingen en voorstellen werden gedaan. Meer dan 3500 niet-partijleden uit alle sectoren van de samenleving konden hun mening geven. In de afgelopen vijf jaar werden er maar liefst acht versies van de ontwerptekst over het concept van het Cubaanse socialistische model gemaakt.

Er is overigens beslist dat zowel de concepttekst als het strategisch ontwikkelingsplan na het congres aan de hele partij, de jongerenorganisatie en vertegenwoordigers van het middenveld  ter discussie zullen worden voorgelegd om ze te verrijken en te verbeteren. Dat wordt een opdracht voor het nieuwe Centraal Comité. Ook de Krachtlijnen (2) zullen worden aangepast.

Uitvoering van de besluiten van het vorige congres

De partijleiding wist dat de uitvoering van de Krachtlijnen niet eenvoudig ging zijn en dat er meer dan vijf jaar ging nodig zijn. De ballast van een achterhaalde mentaliteit, inertie en gebrek aan vertrouwen in de toekomst vormden, zoals verwacht, de belangrijkste belemmering. Er was evenmin gebrek aan nostalgie naar andere, eenvoudigere momenten van het revolutionaire proces, toen de Sovjetunie en de socialistische landen nog bestonden. Anderzijds waren er ook verholen verlangens om het kapitalisme te herstellen om de problemen op te lossen.

Desondanks werd er systematisch en intensief aan de uitvoering van de Krachtlijnen gewerkt, waarvan er 21 % werden uitgevoerd, 77 % nog in uitvoering zijn, en 2 % nog niet zijn aangevat. Er werden honderden regels afgeschaft, gewijzigd of vervangen. Maar de trage omzetting in de praktijk ervan heeft de uitvoering vertraagd. Er wordt voorgesteld om de Krachtlijnen voor de periode 2016-2021 bij te sturen, door er in totaal 268 over te houden, waarvan 31 originele, 193 gewijzigde en 44 nieuwe.

Bij dit alles mag men niet uit het oog verliezen dat er in Cuba geen sprake van kan zijn om "shocktherapieën" toe te passen, waarvan de armsten het slachtoffer zouden zijn. We willen niemand aan zijn lot overlaten, en dat principe bepaalt voor een groot deel hoe snel we ons model willen updaten. En men mag evenmin de invloed van de internationale economische crisis en vooral de gevolgen van de economische blokkade negeren.

De neoliberale formules die de overheidsbezittingen en de sociale diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid willen privatiseren zullen in het Cubaanse socialisme nooit worden toegepast.

Economische beslissingen mogen in geen geval een breuk met de revolutionaire idealen van gelijkheid en rechtvaardigheid betekenen, en ze mogen evenmin de eenheid tussen de meerderheid van het volk en de partij verbreken. De maatregelen mogen er ook niet toe leiden dat er onrust en onzekerheid ontstaan. Daarom moet men om om vooruit te gaan met de uitvoering van de Krachtlijnen meer gevoel en politieke wil aan de dag leggen. Er moet meer uitleg aan het volk komen, meer discipline en de veranderingen moeten meer en strikter worden gevolgd.

Overheidsbedrijven, privé en markt

De rol van de socialistische overheidsbedrijven en hun autonomie werden enigszins versterkt, maar de weg is nog lang en zal afhangen van de organisatorische omstandigheden, de opleiding van de leidinggevenden en de mate waarin men de gewoonte om te wachten op richtlijnen van bovenuit laat vallen en, binnen de toegekende bevoegdheden, de ondernemingsgeest en zin voor intiatief aanmoedigt.

De overheidstewerkstelling is gedaald van 81 % in 2010 tot 71 % in 2015. Iets meer dan een half miljoen Cubanen staat als zelfstandige ingeschreven. Het legale werken voor eigen rekening gaat vooruit, maar er zijn ook gevallen opgedoken van corruptie en praktijken zoals belastingsontwijking en zwartwerk die onvoldoende en laat werden aangepakt.

Het erkennen van de markt in de werking van de socialistische economie betekent echter niet dat de partij, de regering en de massaorganisaties niet meer hun maatschappelijke rol moeten spelen om in te grijpen wanneer de bevolking daaronder zou lijden, bijvoorbeeld door ongeoorloofde prijsstijgingen wegens speculatie. Het ergste wat kan gebeuren is dat een revolutionair of gewoon een eerlijke persoon, communist of niet, een probleem niet aanpakt.

Het invoeren van de regels van vraag en aanbod is niet in strijd met het principe van de planning. Beide concepten kunnen naast elkaar bestaan en het land voordeel opleveren, zoals de succesvolle hervormingen in China en Vietnam hebben aangetoond.

Het socialistische principe dat het eigendom van het hele volk van de belangrijkste productiemiddelen moet overheersen wordt herbevestigd, maar ook dat de overheid zich niet met secundaire activiteiten moet bezighouden.

Het is de bedoeling dat de productie en dienstverlening in de overheidssector efficiënter en kwaliteitsvoller verloopt, en ook dat het privébeheer succesvol verloopt, waarbij de wetgeving strikt moet worden nageleefd.

Cuba moet zijn inkomstenbronnen blijven diversifiëren en mag nooit meer afhankelijk zijn van slechts een product of markt; het moet met alle landen samenwerkings- en handelsbetrekkingen ontwikkelen die wederzijds voordeel opleveren.

Het concept van het Cubaanse socialistische economisch en sociaal model

De tekst hierover moet de fundamentele eigenschappen van dat model toelichten en argumenteren, zodat het als een theoretische gids kan dienen om het Cubaanse socialisme op te bouwen, op basis van de Cubaanse geschiedenis en de ervaringen in andere landen. De erfenis van Martí, het marxisme-leninisme, de ideeën van Fidel Castro en de eigen verworvenheden van de revolutie vormen daarbij het vertrekpunt. Maar het congres zal de tekst enkel als een ontwerptekst beschouwen en alle afgevaardigden zullen het debat aan de basis voortzetten om daarna het Centraal comité een definitieve tekst te laten opstellen die ook aan het nationale parlement ter goedkeuring zal worden voorgelegd.

De erkenning van het privébezit (van de productiemiddelen), de uitbreiding van het werken voor eigen rekening en de mogelijkheid om mensen aan te werven heeft tot kleine bedrijfjes geleid, die niet allemaal binnen het wettelijk kader werken. Sommigen vrezen dat we daarmee het kapitalisme herstellen. Maar dat is helemaal niet de bedoeling. De eigendom van het hele volk over de fundamentele productiemiddelen blijft de belangrijkste vorm van de nationale economie en daarmee de basis van de macht van de werkelijke macht van de arbeiders. De privébedrijven moet binnen strikte krijtlijnen blijven en een aanvulling op economische ontwikkeling vormen. Ze mogen niet leiden tot een concentratie van eigendom of rijkdom.

Sterke buitenlandse krachten gokken erop dat de privébedrijven zich zullen versterken en zo veranderingen zullen inluiden in de hoop de revolutie en het socialisme  via andere wegen te doen verdwijnen. De coöperatieven, de zelfstandigen en de kleine en middelgrote bedrijven zijn in wezen niet antisocialistisch of contrarevolutionair, en de grote meerderheid die daarin werkt bestaat uit revolutionairen en patriotten die de principes van de revolutie verdedigen en de verworvenheden van die revolutie genieten.

De partij

De morele autoriteit van de partij vereist dat haar militanten, en vooral zij die leiding geven, een voorbeeld vormen, strijdbaar zijn, voorbereid zijn, blijk geven van ethische, politieke en ideologische eigenschappen en dat ze een permanente en hechte band met de massa's hebben.

In Cuba beschikken we over een eenheidspartij, als opvolger van de Cubaanse Revolutionaire Partij die Martí heeft opgericht, van de eerste communistische partij van Carlos Baliño en Mella, en van de fusie van de drie revolutionaire organisaties die Batista verdreven[1] . Ze vertegenwoordigt en waarborgt de eenheid van de Cubaanse natie, ze is het belangrijkste strategische wapen waarmee de Cubanen hun revolutie hebben uitgebouwd en haar tegen alle dreigingen en aanvallen verdedigen. Het is dus geen toeval dat men dat aanvalt en, in naam van de heilige burgerlijke democratie, de opdeling in verschillende partijen wil. Als ze er ooit in slagen ons te versplinteren, dan is dat het begin van het einde.

Omdat er maar een partij is, moeten de verschillende standpunten zo breed en zo ernstig mogelijk aan bod komen, zowel binnen de partij als in haar omgang aan de basis met de werkers en de bevolking. De partij moet constant de democratie verbeteren om definitief alle valse eenheid, formalisme en schijn te overstijgen. De partij heeft de plicht om ervoor te zorgen dat de burgers elke dag meer deelnemen aan de fundamentele maatschappijkeuzes. We moeten geen enkele schrik hebben van verschillende meningen noch tegenstrijdigheden, want enkel de open en eerlijke discussie over de meningsverschillen onder revolutionairen zal ons de beste beslissingen doen nemen.

De partij en de revolutie genieten de steun van de meerderheid van het volk, maar dat belet niet dat er in sommige lagen van de bevolking een gebrek aan inzet is en een onverschilligheid voor de politiek bestaat.

Ideologische strijd

Er werd een toename vastgesteld van acties om waarden van de consumptiemaatschappij te bevorderen, verdeeldheid te zaaien, apathie, teleurstelling, ontworteling en een gebrek aan vertrouwen in de leiding van de revolutie en de partij teweeg te brengen en zo een beeld van een maatschappij zonder toekomst op te hangen.

Het migratiebeleid van de VS ten aanzien van Cuba bevordert de onwettelijke en chaotische emigratie van specialisten uit diverse sectoren.

In die omstandigheden moet men intelligent, standvastig en systematisch preventief optreden, de strijdbaarheid en waakzaamheid van de militanten en het ideologisch werk met de nieuwe generaties opdrijven en daarbij de onvervangbare rol van het gezin en de school bevorderen.

Het beste tegengif voor de subversie bestaat erin het werk volledig en zonder improvisatie uit te voeren, de zaken goed aan te pakken, de kwaliteit van de dienstverlening aan het volk te verbeteren, de problemen niet te laten opstapelen… en de wettelijkheid, de publieke eigendom, de menselijke waardigheid en de waarden en sociale discipline te verdedigen.

De economische ontwikkeling, de strijd voor de vrede en de ideologische standvastigheid zijn de hoofdopdrachten van de partij.

Meer vrouwen aan de leiding en elk overblijfsel van racisme opruimen

Er zijn geleidelijk aan meer vrouwen, jongeren, zwarten en halfbloeden in leidinggevende functies gekomen, op basis van hun verdienste. Toch geven de resultaten te weinig voldoening omdat oude gewoontes en vooroordelen blijven bestaan.

In de overheid vormen vrouwen 49 % van de arbeidskrachten en 67 % van de best geschoolde technici en vaklui. Toch bedraagt het aandeel van de vrouwen in de leidinggevende functies maar 38 %.

Kaderpolitiek

Op het vorige congres werd beslist om, geleidelijk aan, het aantal opeenvolgende mandaten tot twee keer vijf jaar te beperken. Er wordt voorgesteld dat er in de komende vijf jaar extra beperkingen komen, zoals een leeftijdgrens van zestig jaar voor het Centraal Comité en zeventig jaar voor een leidende functie in de partij. (3)

Grondwetshervorming

De wijzigingen op sociaal-economisch vlak en op politiek vlak moeten in de grondwet worden vastgelegd en bij referendum worden goedgekeurd. De nieuwe grondwet zal ook het onherroepelijk karakter van het sociaal-economisch systeem waarnaar de huidige grondwet verwijst moeten verankeren, met inbegrip van de leidende rol van de partij.

De rest van de toespraak is gewijd aan de internationale context en de veranderingen van de afgelopen jaren, o.a. de vrijheid van alle leden van de Cuban Five en de opening van ambassades in Cuba en de VS, het Colombiaanse vredesproces, de ontwikkelingen tussen Cuba en de Europese Unie, enz.

Noten:

(1) Die vaststelling werd door de Westerse media breed uitgesmeerd en als een gebrek aan democratie bestempeld. Maar ook in de Cubaanse media werd de vraag gesteld, en beantwoord.

(2) De maatregelen om het economisch en sociaal beleid te actualiseren.

(3) Zelf maakt Raúl Castro er geen geheim van dat hij in 2018 zijn mandaat beëindigt.

 

[1] Namelijk de Beweging van de 26e Juli (Fidel), de Socialistische Volkspartij PSP (de communisten) en het Revolutionair Directoraat (de studenten).