VN-rapport Venezuela is geen neutraal document

Het recent rapport over Venezuela van VN-Hoog Commissaris voor de Mensenrechten Michelle Bachelet kreeg na publicatie onmiddellijk ruime aandacht in alle grote media. Een en ander blijkt echter niet zo eenduidig te zijn als wordt verkondigd. Een kritische analyse van dit VN-document.

Volgens de inleiding van het rapport hebben de onderzoekers van het VN-Hoog Commissariaat 558 personen geïnterviewd. In voetnoot 3 staat echter dat 460 van die gesprekken niet in Venezuela zelf doorgingen maar in Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador, Mexico, Spanje en Peru.

De 98 overige interviews hadden plaats ‘op afstand’ (‘de manera remota’ in de Spaanse tekst, ‘remotely’ in de Engelse versie), een vage omschrijving die suggereert dat Venezolanen in Venezuela alleen via telefoon, e-mail of andere communicatie deelnemen aan het onderzoek, nooit rechtstreeks ter plaatse. Er werd met andere woorden voor dit rapport geen enkel gesprek in Venezuela zelf gevoerd. VN-Hoog Commissaris voor de Mensenrechten Michelle Bachelet bezocht weliswaar Venezuela maar 82 procent van alle gesprekken hadden plaats in andere landen.

Vage vermelding ‘economische sancties’

Het rapport vermeldt de economische sancties door de VS, de EU en een aantal Latijns-Amerikaanse landen wel, maar altijd in de context van andere verklaringen, nooit als een specifiek probleem op zichzelf. Zo staat in punt 19: “Tijdens het bezoek van de Hoge commissaris vermeldden gezondheidspersoneel en ouders van zieke kinderen de impact van ‘economische sancties’ op de gezondheidssector, voornamelijk de mogelijkheid om dringende medische behandeling te verkrijgen, waaronder transplantaties, in het buitenland.”

Het rapport minimaliseert de impact van die sancties in punt 25: “De overgrote meerderheid van de sancties die tot vandaag werden opgelegd door een aantal staats- en regionale organisaties zijn doelgericht van aard, bestaan uit reisverboden en bevriezing van financiële middelen voor ongeveer 150 personen, waaronder hogere overheidsambtenaren, en wapenembargo’s.” Dit geeft de indruk dat er voor de gewone bevolking geen sancties of impact zouden gelden. De betrokken ‘staats- en regionale organisaties’ worden alleen vermeld in voetnoot 18: Canada, Colombia, Mexico, Panama, de VS, Zwitserland en de EU.

In punt 27 suggereert het rapport dat deze sancties pas zouden begonnen zijn in de loop van 2017 onder president Trump. In werkelijkheid heeft Trump slechts reeds genomen beslissingen van zijn voorganger Obama verder uitgebreid. Die dateren van maart 2015.

Geen vermelding CEPR-rapport

De VS-organisatie Center for Economic and Policy Research (CEPR) publiceerde in april 2019 een rapport over de impact van de sancties. Die hebben zware gevolgen voor de invoer van voedsel en geneesmiddelen. In 2017-2018 heeft dat geleid tot de dood van ongeveer 40.000 Venezolanen. Bovendien kampen ongeveer 300.000 andere Venezolanen met zware gezondheidsproblemen door gebrek aan adequate geneesmiddelen.

Ongeveer 80.000 HIV-patiënten krijgen volgens het CEPR-onderzoek sinds 2017 geen enkele retrovirale behandeling meer, 16.000 nierpatiënten kunnen geen dialyse meer laten uitvoeren, ongeveer evenveel kankerpatiënten krijgen geen chemotherapie meer, terwijl 4 miljoen Venezolanen met diabetes en/of hoge bloeddruk hun geneesmiddelen niet meer krijgen. Het VN-rapport weerlegt noch bevestigt deze CEPR-onderzoekscijfers.

“Fundamenteel fout en teleurstellend”

De hardste kritiek komt van voormalig VN-expert voor de mensenrechten Alfred de Zayas. Hij was de eerste VN-vertegenwoordiger in meer dan twintig jaar die enkele jaren voor dit bezoek van Bachelet het land bezocht. Tot dan hadden de VN geweigerd op de vraag van de Venezolaanse regering in te gaan voor een bezoek ter plaatse. De Zayas deed wél onderzoek in het land zelf, sprak er met vertegenwoordigers van regering en oppositie, met slachtoffers van repressie door regering en oppositie. Zijn onderzoek spreekt dit recente rapport op zowat alle vlakken tegen.

De Zayas wijst op talrijke inconsistenties in het rapport en op foutieve onderzoeksmethodes die ingaan tegen de eigen geijkte VN-praktijken terzake. Het onderzoeksteam voor dit nieuwe rapport sprak bijvoorbeeld met geen enkele van de ngo’s die in Venezuela actief zijn en een degelijke reputatie hebben van politieke onafhankelijkheid.

Fundalatin

Zo werden de toelichtingen genegeerd van de organisatie Fundalatin. Deze Venezolaanse mensenrechtenorganisatie werd opgericht in 1978 en bestond dus reeds 21 jaar, toen Hugo Chávez in 1999 voor het eerst verkozen werd. Fundalatin heeft sindsdien voldoende bewezen ook voor de huidige regering zeer kritisch te zijn. De organisatie wijst er op dat de slachtoffers van de straatprotesten, de guarimba’s, van 2013-2014 en 2017, niet werden vermeld in het rapport, dat daarentegen uitsluitend verwijst naar de toenmalige slachtoffers van repressie door de oproerpolitie.

Fundalatin overhandigde de dossiers van 123 slachtoffers van lynchpartijen, onthoofdingen en andere moorden aan de Hoge Commissaris. De leiders van die gewelddadige straatblokkades waren onder meer Leopoldo López, voorzitter van de partij Voluntad Popular, en Enrique Capriles, die in 2014 nipt de presidentsverkiezingen verloor tegen Maduro.

De echte straatleider van deze blokkades was echter de voormalige studentenleider Juan Guaidó, een toen in het buitenland volledig onbekend politicus. Over de doden die toen vielen onder het geweld van de rechtse oppositie zei Guaidó niet dat ze allen door politierepressie waren gevallen, zoals in de meeste buitenlandse media werd gesteld. Hij ontkende flagrant dat er slachtoffers waren gevallen door de betogers en voegde er – niet gestoord door interne contradictie – aan toe dat deze slachtoffers ‘nuttig en nodig’ waren voor de strijd (zie Onbekende Venezolaan wordt interim-president: Juan Guaidó?).

Nochtans heeft mevrouw Bachelet wel degelijk vertegenwoordigers van Fundalatin ontmoet. Zij sprak er onder meer met de moeder van Orlando Figuera, een jonge activist die levend werd verbrand omdat hij aan een wegblokkade herkend werd als Chavista. Zij sprak toen tevens met de vader van Elvis Rafael Durán, die vluchtend voor een straatprotest op zijn motorfiets werd onthoofd door een over de weg gespannen kabel, die daar was geplaatst door de betogers van de oppositie.

Een door slachtoffers van de guarimba’s van 2013-2014 opgericht comité werd niet gehoord door de VN voor dit onderzoek. Ook andere organisaties zoals de Grupo Sures en de koepelorganisatie Red Nacional de Derechos Humanos (‘nationaal netwerk van mensenrechten’) werden evenmin gecontacteerd voor dit VN-rapport.

Eénzijdige aanpak

De voornaamste kritiek van de Zayas op dit rapport is dat het eenzijdig is samengesteld, alleen op basis van verklaringen en stellingen van de rechtse oppositie. Ook de oppositiekrachten die niet aan de coalitie rond Guaidó gelinkt zijn werden genegeerd. Daarmee zondigt de VN tegen het principe ‘audiatur et altera pars’, dat stelt dat voor een objectief onderzoek alle betrokken partijen moeten worden gehoord.

Het is daarnaast altijd standaardpraktijk van degelijk onderzoek om de betrokken staat de kans te geven een weerwoord in te dienen. De onderzoeker of onderzoekende organisatie hoeft het met dat weerwoord niet eens te zijn en kan het zelfs uitgebreid weerleggen. Dit rapport verzwijgt echter volledig de repliek van de Venezolaanse overheid, die bestaat uit een 70 punten tellend rapport, waarin zij haar tegenargumenten formuleert. Het rapport zegt verder niets over de twee recente mislukte pogingen tot staatsgreep en de impact daarvan op de mensenrechtensituatie.

Het VN-rapport stelt tevens dat het recht op voedsel wordt geschonden door de huidige regering, maar maakt geen enkele melding van de openbare programma’s voor voedselverstrekking. Die informatie stond nochtans in de antwoorden die de regering gaf op de specifieke vragen van het Hoog Commissariaat. De Venezolaanse regering wees er in die repliek op dat de door tegenbetogers gedode politieagenten tijdens de guarimba’s van 2013-2014 en 2017 niet in het rapport worden vermeld en dat meerdere klachten van geweld door politieagenten door het gerecht worden behandeld.

De kritiek op dit rapport betekent niet automatisch dat er geen schendingen van de mensenrechten zouden voorkomen in Venezuela. Het ontbreken van bewijsmateriaal of de eenzijdigheid van verzamelde informatie is immers geen bewijs van het tegendeel.

Door zijn timing, unilateraal en exclusief gebruik van oppositiebronnen en van getuigenissen buiten Venezuela, door het weglaten van getuigenissen van slachtoffers van oppositiegeweld en door het weglaten van de tegenargumenten van de Venezolaanse overheid (die werden geleverd op vraag van het VN-Hoog Commissariaat) en door het deels verzwijgen, deels minimaliseren van de impact van de economische sancties sinds 2015 heeft de VN-Hoge Commissaris echter minstens de schijn van partijdigheid gegeven.

Cruciale rol van de media

Het rapport kreeg snelle en ruime aandacht in alle westerse media, ook in België. Cijfers en statistieken werden daarbij volledig overgenomen. Deze aandacht staat in schril contrast met de geringe tot onbestaande aandacht voor VN-rapporten over de mensenrechten in andere landen, zoals Paraguay, El Salvador en Honduras. VN-rapporten over Israël en Gaza worden routineus aangevuld met commentaar van de Israëlische regering en met commentaren dat ze onvolledig of éénzijdig zijn of dat ‘verder onderzoek’ nog nodig is. De Venezolaanse regering gaf de VN vrije toegang tot het land voor dit onderzoek. Israël weigert de toegang tot Gaza aan VN-onderzoekers voor de mensenrechten.

Het volstaat echter de vergelijking door te trekken naar Colombia, westelijk buurland van Venezuela, om een dubbele standaard qua aandacht en verontwaardiging vast te stellen. In Colombia heerst al mee dan vijftig jaar een schrikbewind van doodseskaders die elk jaar honderden – sommige jaren duizenden – slachtoffers eisen. In 2019 werden reeds meer dan 300 strijders voor mensenrechten, journalisten, vakbondsleiders, leiders van inheemse volkeren, leefmilieu-activisten vermoord. Sinds het vredesakkoord van 2016 met de FARC-guerrilla is de politieke repressie teug toegenomen.

Colombia heeft volgens de VN sinds 1995 het hoogste cijfer interne vluchtelingen ter wereld, meer dan 7,7 miljoen, meer dan Syrië (6,2 miljoen) en meer dan Congo (4,4 miljoen). Bovendien leven nog steeds meer dan 2 miljoen Colombiaanse vluchtelingen in Venezuela. Waarom vluchten die niet terug naar hun land samen met de 4 miljoen Venezolanen die de voorbije uit hun land gevlucht zijn?

Ondertussen voltrekt zich eveneens volgens de VN de grootste humanitaire ramp van de eeuw in Jemen, waar met Franse, Britse en Amerikaanse wapens de bevolking van een van de armste landen op aarde wordt platgebombardeerd.

Er loop heel wat mis met de mensenrechtensituatie in Venezuela, maar de disproportionele verhouding tussen de aandacht voor de toestand daar en bijna totale desinteresse voor dezelfde en ergere toestanden in andere landen wijst er op dat niet bezorgdheid voor de mensenrechten de drijvende kracht is van dit rapport en van de ijver van de media om hierover te berichten.

Bron: De Wereld Morgen