Voedselcrisis in Latijns-Amerika: Cuba wil structurele en internationale aanpak

De presidenten van Honduras, Costa Rica, Ecuador, Bolivia en Haïti waren aanwezig, naast delegaties van El Salvador, Guatemala, Mexico, Venezuela, Belize en Cuba. Ortega riep hen op om regionale oplossingen te zoeken.

De Vice-president van de Cubaanse Staatsraad, Esteban Lazo Hernández, liet zich opmerken door een interessant discours, dat de instemming kreeg van de meerderheid van de regeringen uit de Latijns-Amerikaanse regio. Lazo begon zijn interventie met schokkende cijfers: “ In 2005 betaalde onze regering nog 250 dollar voor een ton ingevoerde rijst, nu betalen we 1050 dollar, vier maal zoveel.” Deze nieuwe realiteit heeft logischerwijze invloed op de ganse bevolking, maar vooral op de armen onder hen. Fidel Castro verkondigde al in 1996 op de Wereldvoedseltop: “ Honger is een onafscheidelijke 'compagnon de route' van de armen, ze is de dochter van de ongelijke verdeling van rijkdommen en onrechtvaardigheden in deze wereld.” Fidel legt hier precies de vinger op wonde. Het lijkt er inderdaad sterk op dat honger vandaag geen gevolg is van een tekort aan middelen, maar van een onevenwichtige verdeling ervan.

De huidige voedselcrisis wordt verergerd door de hoge prijs van olie (een gevolg van de oorlog in Irak en van de toenemende vraag), de klimaatverandering, enz., maar ze wordt voornamelijk veroorzaakt door de structuur van de internationale economische orde, die volledig op neoliberale VS-leest geschoeid is. Internationale financiële instellingen dringen de Latijns-Amerikaanse staten een beleid op dat gericht is op import van voedsel (bvb. granen), gesubsidieerd door de VS en de EU. De nationale voedselproductie krijgt in dit ontwikkelingsmodel geen groeikansen en het basisdieet wordt in stijgende mate bepaald door die geïmporteerde granen. Maar met de huidige prijsstijging aan alarmerende snelheid kunnen steeds meer mensen zich zelfs geen basisdieet meer permitteren. Het is dan ook geen verrassing dat er hevig, soms gewelddadig volksprotest uitbreekt. “ We staan hier niet tegenover een puur economisch probleem, maar tegenover een humanitair drama met onvoorspelbare gevolgen, dat zelfs de nationale veiligheid van onze staten in gevaar kan brengen”, verklaarde de Cubaanse Vice-president.

De Cubaanse delegatie riep de staten op om te ijveren voor een diepgaande structurele verandering van de economische orde en internationale politiek. Een structureel probleem los je immers niet op met noodhulpmaatregelen. Tegelijkertijd moeten de landen in de regio op korte termijn samen dringend in actie schieten om de toestand te verbeteren in die landen die al te maken kregen met sociale onrust. Op middellange termijn moeten er meer samenwerkings- en uitwisselingsprojecten binnen de regio komen. De samenwerkingsplannen zijn gericht op een stijging van de eigen voedselproductie en het onderling verhandelen ervan aan eerlijke prijzen, via strategisch allianties.

“De politieke leiders van Latijns-Amerika moeten het recht op voedsel voor iedereen en het recht op waardig leven voor miljoenen boerenfamilies blijven verdedigen”, zei Esteban Lazo nog. “Als dit de gemeenschappelijke motivatie is, dan kunnen jullie op Cuba rekenen.”

De Cubaanse Vice-president sloot zijn interventie af met een voorspelling van Fidel Castro uit 1996, omdat deze de huidige actualiteit bondig samenvat en de politieke leiders doet beseffen dat er meer op het spel staat dan een economisch probleem van voorbijgaande aard. “De campagnes die vandaag worden gevoerd voor diegenen die sterven van honger, zullen morgen moeten gevoerd worden voor de hele mensheid, als deze niet in staat is en niet de wil heeft om zichzelf te redden.”